Gepubliceerd op 28 mei 2008

Waarom is de zee zout?

prof. dr. Jan Sevink

De demonstratie opstelling: waar komt het zout in de zee vandaan?

Tekst: Edda Heinsman
Fotografie: Hanne Nijhuis

Het wordt weer zomer! Dat betekent lekker zwemmen in de zee, maar met een beetje pech, krijg je af en toe een flinke hap zeewater binnen. En dat is niet lekker want de zee is hartstikke zout. Hoe komt dat eigenlijk? Bodemdeskundige Jan Sevink legt het uit tijdens de Wakker Worden Kinderlezing van 25 mei.

Sevink heeft allerlei poeders en stenen op tafel liggen. Een kind mag aanwijzen wat het zout is. Natuurlijk kiest hij meteen het pak zout, vers van de supermarkt. Maar Sevink houdt een van de steentjes omhoog, en ook dat blijkt een zout. Zouten zijn er in allerlei soorten en kleuren. Kalksteen lost helemaal niet op in water, terwijl een beetje kalium in water oplossen heel goed gaat; het levert mooi paars water op. Maar het bekendste zout is toch wel gewoon keukenzout, en dat is ongeveer het soort zout waar de zee vol mee zit.

Prof. dr. Jan Sevink. Wat is zout water en wat is zoet water?

Proeven

Wat zijn de manieren om te meten hoeveel zout er in water zit? Een meisje weet het wel: je laat het water opdrogen en kijkt of er een laagje zout overblijft. Een goed idee, alleen heeft een jongetje een makkelijker methode: proeven! En dat mogen ze doen. Vijf kinderen krijgen twee bekertjes water te drinken, één met en één zonder zout. Ze merken allemaal duidelijk het verschil. Dan krijgen ze een bekertje water met een héél klein beetje zout erin. En dat lijkt nog veel zouter en viezer! Sevink legt uit hoe het zit. Je tong houdt je een beetje voor de gek als je eenmaal zout hebt geproefd. Proeven is dus geen nauwkeurige manier om te meten.

Gelukkig heeft de bodemdeskundige nog een methode. ‘Hebben jullie wel eens op de zee geschaatst?', vraagt hij. Iedereen heeft wel eens op de sloot of plas geschaatst, maar niet op zee. ‘Dat kan', legt Sevink uit, ‘omdat er zoet water zit in slootjes en plassen.' Uit een ijskast haalt hij - tot teleurstelling van sommige kinderen- geen ijsjes maar twee flessen. In de één zit water en in de ander ijs. Welke zou nu zoet en welke zout water zijn? De kinderen vinden het nog best lastig. Ongeveer de helft heeft het door: zout water bevriest minder goed dan zoet water.

Waren dit alle manieren om te kijken of iets zout of zoet water is? ‘Je kan ook kijken of je er in blijft drijven', oppert een meisje. Sevink laat meteen een paar foto's zien van mensen die in de Dode Zee zwemmen. Nou ja, echt zwemmen is er niet bij. In het zoute water blijf je veel te goed drijven. Ook dit wordt getest tijdens de lezing. In plaats van drijvende mensen gebruiken we drijvende ballonnetjes. Als je zout in water oplost, wordt het water iets zwaarder. Sevink heeft een ballonnetje gevuld met gewoon water, met zout water en met héél zout water. Hij laat de ballonnetjes in een aquarium vol zout water vallen, en ja hoor, het ballonnetje met het meeste zout zinkt naar de bodem, die zonder zout drijft aan de oppervlakte en het derde ballonnetje drijft er ergens tussenin.

De zoutwatermeter.

Zoutwatermeter

Met weinig meer dan een koperen draadje, een lampje en een batterij heeft Sevink een echte zoutwatermeter gemaakt. Twee uiteinden van het koperen draadje steken uit en raken elkaar niet. Ze vormen geen gesloten kring en er kan dus geen stroom doorheen lopen. Pas als een jongetje de meter in het zoute water houdt, gaat het lampje branden. ‘Dat komt omdat er zout in het water zit, dat zorgt ervoor dat de stroom wordt doorgelaten. Dat wordt ook wel geleiding genoemd.' En zonder zout in het water kan er helemaal geen stroom lopen, mag een ander jongetje laten zien.

De meter doet het goed. Alle kinderen willen wel even testen hoe zout het water is. Want hoe zouter het water, hoe harder het lampje gaat branden. Een jongetje vraagt zich af wat er gebeurt als hij het metertje in een pak zout houdt. Dat mag hij uitproberen. Maar helaas, het lampje gaat niet kapot en brandt zelfs helemaal niet. Zonder water werkt de meter niet.

Demonstratie opstelling.

Purple rain

Er zijn dus ontzettend veel manieren om te meten hoeveel zout er in het water zit, maar waar komt het zout vandaan? Hiervoor bracht Sevink een demonstratieopstelling mee. De opstelling laat de weg van het water zien. Hij begint bij de zee, voorgesteld als een pruttelende bak water met paars zout. Het zeewater verdampt door de zon. De damp koelt af tegen een koude plaat en er vormen zich druppeltjes, dit is regen. Het is geen purple rain dus dat bewijst dat het zout in de zee achterblijft.

Een jongetje mag naar voren komen om de regen proeven die op de aarde - bestaande uit een trechter met zand - valt. ‘Er zit geen zout in', laat hij weten en met de zoutmeter bevestigt hij dit nog even. De regen stroomt via de aarde in de richting van de zee. Onderweg neemt het water zouten uit de bodem mee. Het jongetje mag het nog even proeven, en ja hoor, onderaan de trechter drupt zout water.

Het antwoord op de vraag is dus dat de zee zo zout is geworden doordat de kringloop van het water al honderden miljoenen jaren zout uit de bodem richting de zee voert. Een luid applaus klinkt uit de zaal, maar dan vooral van de ouders. De kinderen hebben het te druk met naar voren rennen en hun eigen experimenten uitvoeren.

Bron: Wakker Worden Kinderlezingen