Gepubliceerd op 18 juni 2007
Geneticus Ko Willems van Dijk geeft uitleg bij een proefje tijdens de lezing.
Tekst: Edda Heinsman Fotografie: Hanne Nijhuis
Patat met mayonaise, chocolade of een kroketje. Hartstikke lekker, maar als je er te veel van eet is het niet zo gezond. Geneticus Ko Willems van Dijk weet alles over eten, en geeft op deze druilerige vaderdag tijdens de Wakker Worden kinderlezing antwoord op de vraag: bestaat er ook gezond vet eten?
Waarom eten we eigenlijk? Dat is de vraag waar Willems van Dijk zijn lezing mee begint. ‘Om gezond te blijven en te groeien’, roept iemand. ‘Als brandstof’, zegt een ander. En weer een ander kind uit het publiek weet dat je moet eten om te kunnen bewegen en om op temperatuur te blijven. En dat klopt allemaal. Willems van Dijk legt uit dat je ook al heel veel brandstof verbruikt om te ademen, te kunnen nadenken en je hart te laten kloppen. Zelfs als je heel stil in bed ligt, ben je dus al energie aan het verbruiken!
Met behulp van een model laat Willems van Dijk zien hoe het voedsel door je lichaam beweegt, van je mond tot je kont.
Maar hoe zorgt je lichaam ervoor dat het voedsel dat je in je mond stopt wordt omgezet in energie? Met behulp van een model laat Willems van Dijk zien hoe het voedsel door je lichaam beweegt, van je mond tot je kont. Vanuit je mond gaat het via de slokdarm naar de maag, waarin bij volwassenen plek is voor maar liefst vier liter voedsel. Vervolgens gaat het eten door de dunne darm - bijna vijf meter lang - waar de voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed. In de dikke darm wordt het resterende voedsel samengekneed tot een fijne bruine massa die je vervolgens via de endeldarm en de anus in de wc achterlaat.
De tafel vol boodschappen: tot welke groep behoren als deze voedingsmiddelen?
Niet al het eten wordt op dezelfde manier door je lichaam opgenomen. De geneticus legt uit dat het afhangt van de brandstofgroep waar het voedsel toe behoort. Je hebt de eiwitten, de koolhydraten en de vetten. Op een tafel staat allemaal boodschappen, waarvan de kinderen moeten zeggen tot welke van de drie groepen ze behoren. Als eerste houdt Willems van Dijk een bak kip omhoog. ‘Wat zit hier in?’ En in plaats van één van de drie groepen op te noemen, roept een kind ‘kippenpootjes’. Maar de kip hoort natuurlijk tot de eiwitten. Net zoals melk, vis, tofu, noten, bonen en kaas.
En de maïs? Die hoort net als pasta, aardappelen, brood, suiker en rijst tot de koolhydraten. Waar de boter en de olijfolie bij horen is natuurlijk niet zo moeilijk: dit zijn vetten. De kinderen in het publiek hebben wat meer moeite met de chocoladereep die Willems van Dijk omhoog houdt. Het heeft de helft suiker, en een derde vet. Dus het hoort zowel bij de koolhydraten als bij de vetten. Een jongetje heeft heel goed opgelet; ‘als je chocolade met nootjes hebt, dan hoort ‘ie bij de eiwitten’.
Wat gebeurt er als je olie en water in een potje bij elkaar doet? En wat als je er afwasmiddelen aan toevoegt?
Maar hoe verwerkt je lichaam nu al die verschillende energiegroepen? De koolhydraten zijn volgens Willems van Dijk het makkelijkst. Neem bijvoorbeeld maar een suikerklontje, dat lost heel makkelijk op in water. De eiwitten zijn al iets lastiger. Gelukkig zit er in je speeksel een stofje dat de eiwitten in kleine stukjes breekt, waarna het maagzuur de rest doet. En dan de vetten, hoe zou je die nou moeten oplossen? ‘Dat gebeurt in je galblaas’, weet iemand in het publiek. Maar hoe zorgt je galblaas dat het vet oplost in je bloed?
Dit vraagt om een experiment. Alle kinderen krijgen twee potjes met een laagje olie - dit is het vet, - en een laagje groengekleurd water - dit is je bloed. Wat zou je kunnen doen om de twee laagjes te mixen? Hard schudden werkt niet, dan scheiden de twee vloeistoffen vanzelf weer. Dus voegt je lichaam iets toe. ‘Alcohol’, denkt een kindje uit het publiek. ‘Dat zou wel werken’, lacht Willems van Dijk, ‘maar denk je dat er alcohol in je lichaam zit?’ Hij pakt een fles gevuld met een zwarte vloeistof. ‘Hierin zit gal, dat heb ik bij de slager gehaald. Maar omdat dat een heel vies stinkend goedje is, gaan wij het doen met afwasmiddel.’
De kinderen krijgen een derde potje met een heel klein beetje afwasmiddel. Ze gieten het eerste potje erbij en schudden. Ook schudden ze het tweede potje waar alleen olie en water in zit. En wat blijkt: zodra je er afwasmiddel bij doet, lukt het wel om de twee vloeistoffen te mengen! De gal in je galblaas zorgt ervoor dat er het vet wordt verdeeld in kleine druppeltjes die wel in je bloed kunnen oplossen.
Om een halve chocoladereep te verbranden moet je wel 50 minuten fietsen!
De hoeveelheid energie die de verschillende energiegroepen leveren, wordt uitgedrukt in kilocalorieën. Een kilo eiwitten en een kilo koolhydraten leveren ongeveer 4000 kilocalorieën. Maar een kilo vet levert wel 9000 kilocalorieën. Dat is volgens Willems van Dijk ook meteen de reden dat je lichaam wél vet opslaat en bijvoorbeeld geen koolhydraten. Als een slank persoon, die ongeveer tien kilo vet heeft, een vergelijkbare hoeveelheid energie in suiker opslaat dan zou hij wel 22,5 kilo meedragen. Dus het is veel efficiënter om die energie in vet op te slaan.
Hoe lang moet je fietsen om een reep chocolade van 75 gram te verbranden? Een meisje mag het uitproberen op een hometrainer die aangeeft hoeveel calorieën ze verbrandt. Ondertussen rekent Willems van Dijk uit hoeveel energie erin zit. De reep bevat wel 405 kilocalorieën. Dus om een halve reep te verbranden zou ze 25 minuten moeten hardlopen, een half uur moeten touwtje springen, 40 minuten moeten voetballen, en wel 50 minuten moeten fietsen! Daar heeft het meisje geen zin in, dus mag ze weer op haar plaats gaan zitten. Want in de tijd dat ze heeft zitten fietsen had ze nog maar 17 kilocalorieën verbrand!
Het proeven van de 'gezonde' en 'ongezonde' koekjes.
Er zijn verschillende soorten vetten. Je hebt onverzadigde vetten bijvoorbeeld uit planten, vette vis, noten of olijfolie en verzadigde vetten die komen uit vlees, boter en kaas. De onverzadigde vetten zijn meestal vloeibaar buiten de koelkast, en deze zijn beter voor je dan verzadigde. Om het verschil te proeven tussen verzadigd en onverzadigd vet gaan we koekjes bakken. Het ene deeg is gemaakt met olijfolie en het andere met boter. Vier kinderen mogen het deeg kneden.
Terwijl de koekjes gebakken worden, legt de geneticus uit hoe ze eigenlijk weten dat de ene soort vet beter voor je is dan de ander. Hiervoor doen ze hele grote onderzoeken, met wel tienduizend mensen. Ze meten hoe gezond de groep is en hoe ze eten. Tien jaar later kijken ze weer hoe het gaat. ‘Uit dat soort onderzoek blijkt dat mensen die meer verzadigde of transvetten eten een grotere kans hebben op een hartaanval of suikerziekte.’ Geneticus Willems van Dijk kijkt vooral naar de rol van de genen bij de gezondheid. Voor de een is het eten van verzadigde vetten veel slechter dan de ander. Willems van Dijk onderzoekt op welke manier dit genetisch te verklaren is. Nu komen er heel veel vragen uit de zaal, want kunnen dikke mensen echt heel lang zonder eten, en waar halen beren tijdens hun winterslaap hun water vandaan? Willems van Dijk geeft overal antwoord op, zelfs op de vragen van ouders. Dan vraagt een jongetje ‘Mag ik een koekje proeven?’. En dat mag natuurlijk. Alle kinderen mogen een olijfolie koekje en een boter koekje proeven. En iedereen vindt het ongezondere koekje toch echt lekkerder.
Ko WIllems van Dijk is als geneticus werkzaam binnen het Leids Universitair Medisch Centrum.
Bron: Wakker Worden Kinderlezingen
|