Gepubliceerd op 19 januari 2010
Tekst: Edda Heinsman Fotografie: Hanne Nijhuis Van der Geest start de lezing met een animatie van de Aarde, die door iedereen direct wordt herkend. Alleen is 'Aarde' eigenlijk wel een goede naam? Eén kind vindt hem een beetje kort, maar de meeste kinderen vinden het wel een goede naam. Toch is het misschien raar, want het grootste deel van de planeet is water - zeeën, oceanen, meertjes, riviertjes - samen wel zeventig procent van het aardoppervlak. Daarom stelt Van der Geest voor dat we onze aarde beter planeet Water kunnen noemen.
Van der Geest toont een foto van zichzelf terwijl hij over de oceaan uitkijkt. Een grote blauwe vlakte, het ziet er niet uit of er veel leven is. Toch is dat wel zo, weten de kinderen. De zee zit vol vissen, kwallen, zeewier, krabben. De zee is gemiddeld zo'n vijf kilometer diep en het diepste punt in de oceaan is veel dieper dan het hoogste punt op aarde hoog. ‘Planeet water!', verbeteren de kinderen Van der Geest meteen zodra hij het over Aarde heeft. De oceaan is niet zoals sommigen denken een grote diepe put, er bestaan ook bergen onder water. Midden in de Atlantische Oceaan loopt een bergketen, die veel groter is dan alle bergen die op het aardoppervlak bestaan. Misschien wel tien keer breder en honderd keer langer dan de Himalaya, schat Van der Geest.
Hoe diep komt een mens in de oceaan zonder hulpmiddelen? 100 meter, denkt een kind. De meesten denken minder. Het wereldrecord ligt volgens Van der Geest op 250 meter. Maar echt tijd om beneden rond te kijken heb je dan niet. Het publiek weet wel een oplossing: duikflessen meenemen. En dat is precies wat Van der Geest gedaan heeft. Twee jongens mogen uitproberen hoe het is om te duiken. Ze krijgen allebei een duikbril en fles met perslucht en houden hun hoofd in een grote bak water. En ja hoor, het lukt, ze kunnen gewoon onder water ademhalen. Met zo'n duikfles op zijn rug kan Van der Geest zo'n anderhalf uur duiken. Wil je langer en dieper duiken, dan heb je een duikboot nodig. Van der Geest toont een filmpje van de eerste diepzee duikboot: Alvin. Deze duikboot is 44 jaar geleden gemaakt, eigenlijk nog maar heel kort geleden. ‘De Mont Blanc is al 200 jaar geleden beklommen, maar de diepzee zijn we nog maar net aan het ontdekken', zegt Van der Geest. In het filmpje zien we dat Alvin een heel kleine duikboot is, er passen maar drie mensen in.
Waarom is het nou zo moeilijk om diep te duiken, zelfs met perslucht? Dat komt door de druk. Iedereen heeft wel eens naar de bodem van het zwembad gedoken. Dan voel je dat er druk op je oren staat en dat doet pijn. Van der Geest legt uit dat de druk van een emmer water op je hoofd al zwaar is, maar tien kilometer water nog veel zwaarder. Daardoor word je helemaal in elkaar gedrukt en je longen ook. Zelfs met een duikfles zou je daar geen adem kunnen halen. Een jongetje mag het uitproberen. Er staat een grote buis water. Het jongetje moet met een slangetje proberen er bellen in te blazen. Wanneer de slang bovenin de buis hangt, gaat het makkelijk. Maar hoe dieper de slang in de pijp hangt, hoe moeilijker het wordt. De jongen doet zijn best, zijn gezicht wordt rood, maar onder in de pijp lukt het niet meer. Hoe dieper je het slangetje onder water houdt, hoe meer hij wordt ingedrukt door het water en hoe moeilijker het is om er door te blazen. Diepzeeduikboten zijn daarom gemaakt van titanium, heel licht en heel sterk. Ze zijn ook perfect rond, zodat het water van alle kanten even hard drukt.
Een vis uit de schemerzone.
Tijd voor een reisje naar de diepzee. We zien een filmpje van de eerste honderd meter onder water, de zonlichtzone, hier is het nog licht, mooi lichtblauw water, kleurige vissen en planten. Vervolgens komen we in de schemerzone. Hier zie je nog maar weinig. Er leven dieren die graag eten willen vangen, maar niet zelf opgegeten willen worden. Hoe denken de kinderen dat deze dieren eruit zien? Omdat ze het niet helemaal met elkaar eens zijn, laat Van der Geest het antwoord zien: een kleine vis met enorme uitpuilende ogen staart ons aan vanaf het scherm. Als het donker is, heb je heel grote ogen nodig om toch nog iets te kunnen zien. Daarnaast is de vis plat, zodat hij niet goed te zien is en minder risico loopt om gegeten te worden. Een andere vis is zelfs helemaal doorzichtig, die zie je dus ook niet! Ook zien we een doorzichtig kreeftje met heel grote ogen en rode kwalletjes voorbij komen. Omdat in de schemerzone geen rood licht is, lijken de rode beestjes zwart onder water en zwart zie je niet zo goed.
De hengelvis leeft in de nachtzone.
Op een kilometer diepte komen we aan bij de nachtzone. Hier dringt het zonlicht niet meer door. Om dat zelf te ervaren gaan de lichten in de zaal uit. Van der Geest zegt dat hij snoepjes op de vloer verspreidt en vraagt de kinderen hoe je die zou kunnen vinden in een donkere ruimte. De lichten gaan weer aan. Een paar kinderen lagen al op de grond te zoeken naar snoepjes, die er helemaal niet waren! Hoe zouden vissen hun eten vinden in het donker? Ze hebben daar allemaal slimme trucjes voor: we zien een dikke vis vol voelsprieten, zodra er een garnaaltje tegen een van z'n sprieten botst, hapt hij hem snel naar binnen. Ook is er een vis met een heel grote bek, die zwemt gewoon de hele tijd rond tot er een vis in zijn bek zwemt, en dan klapt hij hem snel dicht. Dat doet het diepzee manteldier ook. Maar er zwemmen ook veel beesten met lampjes rond. Bijvoorbeeld de hengelvis. Als er een prooi in de buurt is, zwiept hij vrolijk met het lampje op zijn kop heen en weer. De nieuwsgierige prooi komt iets te dichtbij en hap. Zelfs in het donker is er dus nog heel wat leven. Maar hoe zit dat op de oceaanbodem? Daar is het niet alleen donker, maar er is ook nog eens een sterke druk en het is er heel koud! Ook daar heeft Van der Geest een filmpje van: een dode walvis is naar de bodem gezonken en wordt daar opgegeten door een soort kronkelige vissen, aaseters weet een jongetje. Eigenlijk is op de bodem maar heel weinig eten te vinden. Dat komt omdat op de bodem geen zonlicht is. En eten komt van planten of dieren, die hebben zonlicht nodig.
Op de oceaanruggen in het midden van de oceaan vind je op de zogenaamde "black smokers" levensgemeenschappen die volledig onafhankelijk bestaan van het zonlicht.
Zou het dan wel meevallen met hoeveel leven er is op de zeebodem? Van der Geest laat ons iets heel bijzonders zien dat pas kort geleden is ontdekt. De duikboot is midden in de oceaan aan het duiken. Daar zitten barsten in de aardkorst waardoor er lava de oceaan in stroomt. Het ziet er uit als een soort schoorstenen die lava en rook de zee in spuwen. Op aarde verdampt water bij honderd graden. Maar op de zeebodem bij die schoorstenen kan het water wel 400 graden zijn. Niemand had verwacht dat er daar in het donker bij die hoge temperatuur veel leven was. Toch zien we op de beelden dat het er krioelt van leven! Ontzettend veel onontdekte dieren en planten: enorme mosselen, krabben, wormen van wel twee meter. ‘We denken dat we nog maar één procent van het leven in zee ontdekt hebben, iedere week wordt er een nieuwe soort gevonden. Dus als je echts iets wilt ontdekken, wordt dan zeeonderzoeker!'
Bron: Wakker Worden kinderlezingen
|