Gepubliceerd op 19 november 2007
De lezing begint met een spectaculaire lasershow.
Tekst: Edda Heinsman Fotografie: Hanne Nijhuis Buiten wacht iedereen vol spanning op de aankomst van de Sint, maar binnen in science centre Nemo is het misschien nog wel veel spannender! Laserstralen vliegen door de zaal waar zeventig kinderen met open mond toekijken naar de spectaculaire opening van deze Wakker Worden kinderlezing van scheikundige Anouk Rijs over lasers. De rook trekt op na de indrukwekkende lasershow, en Rijs begint haar verhaal met de vraag waar we lasers allemaal voor gebruiken. De kinderen weten een behoorlijke lijst op te noemen: natuurlijk voor lasershows en lasergamen, maar ook voor de scanner van streepjescodes in de supermarkt, voor alarmsystemen en laserprinters. Een paar kinderen weten zelfs dat je met lasers heel nauwkeurig kan snijden - wat gebruikt wordt voor oogoperaties - en dat je lasers kunt gebruiken om afstanden te meten. Lasers hebben dus heel veel toepassingen. Maar zijn alle lasers hetzelfde? Nee, roepen alle kinderen in de zaal. En op de vraag of laserlicht altijd gevaarlijk is, antwoorden ook alle kinderen ontkennend. Maar hebben de kinderen wel gelijk? Gelukkig heeft Rijs een aantal proefjes bedacht om dit verder uit te zoeken.
Gewoon wit licht is diffuus en bestaat uit meerdere kleuren.
Het wordt heel donker in de zaal. Rijs vraagt welke kleur haar schoenen zijn. 'Zwart', roepen de kinderen. En de kleur van haar ogen? 'Blauw', gokken een paar kinderen. Toevallig hebben ze het goed, maar pas als Rijs met een zaklamp op haar schoenen en haar gezicht schijnt, kunnen we echt zien dat het klopt. Je hebt dus licht nodig om te kunnen zien. Rijs legt uit dat er twee soorten licht zijn. Lasers en 'gewoon' licht. Wat is eigenlijk het verschil tussen deze twee? Een jongen mag het uitproberen. Hij krijgt een zaklamp en schijnt tegen de muur. Er is een grote lichte witte vlek te zien. Rijs houdt haar hand dicht bij de zaklamp: nu maakt de lamp maar een kleine, veel fellere vlek. Zaklamplicht schijnt dus alle kanten op, waardoor er een uitlopende zwakkere bundel ontstaat. De jongen houdt nu een laserpointer vast. Het groene puntje op de muur is heel klein en fel, en als Rijs haar hand er bij houdt blijft het puntje even klein en even sterk. Lasers hebben dus een rechte smalle bundel, waardoor het vlekje op de muur net zo groot is als op haar hand.
Laserlicht bestaat uit één kleur.
De meeste kinderen in de zaal omschrijven het licht van de zaklamp als wit of een beetje geel-achtig. Eén meisje weet dat dit witte licht eigenlijk bestaat uit alle kleuren. Dat willen we natuurlijk zien. Het meisje mag Rijs helpen. Ze schijnt een zaklamp op een groot driehoekig aquarium gevuld met water. Het witte licht van de lamp breekt uiteen in alle kleuren van de regenboog. Rijs legt uit dat het komt omdat het licht eerst door lucht gaat en dan door glas. Omdat het licht door twee verschillende materialen gaat, buigt het af. Elke kleur licht buigt net iets anders af, waardoor je ze allemaal kunt onderscheiden. "Net als bij de regenboog", weet iemand in het publiek. Nu mag een jongetje het proberen met de groene laserpointer. En wat blijkt, deze blijft groen. Laserlicht bestaat maar uit één kleur. Rijs heeft nog een manier om de kleuren in het witte licht te laten zien. Ze heeft een tralie meegenomen: een stukje plastic met heel veel kleine krasjes er in. Er zitten wel 5000 lijntjes op één centimeter. Door deze kleine spleetjes wordt het lamplicht ook afgebogen, en zien we weer een regenboog. Maar het laserlicht blijft dezelfde kleur houden. Rijs pakt er een CD'tje bij. Daar staan ook allemaal kleine krasjes op, vandaar dat je op een CD ook al die mooie kleuren ziet.
Zwart licht absorbeert het licht en wordt daardoor warmer.
Hoe komt het dat iets een bepaalde kleur heeft, waarom zie je een rode ballon eigenlijk als rood, en een blauwe ballon als blauw? Een kind uit het publiek weet hoe het zit: de blauwe ballon absorbeert alle kleuren van het licht, behalve de blauwe. En een rode ballon absorbeert alles behalve de rode kleur. Rijs heeft twee assistenten nodig om hier een proefje mee te doen. Een jongen moet met een felle lamp op twee lappen schijnen en een meisje gaat controleren welke lap het warmst wordt, de zwarte of de witte. Na enig overleg is iedereen het erover eens dat de witte lap ál het licht weerkaatst, en dat de zwarte lap juist al het licht absorbeert. Dus welke zou het warmst worden? Dat is natuurlijk de zwarte, die absorbeert het licht en wordt dus lekker warm.
Hoe zet je de 12 spiegels zo, dat het laserlicht uit het doolhof kan ontsnappen?
Maar is dat laserlicht nu echt gevaarlijk? Een meisje houdt een ballon vast en een jongetje mag er met een zaklamp op schijnen. Er gebeurt niks. Nu houdt Rijs de ballon in de bundel van de sterke laser die ze meebracht. Er gebeurt ook niks, dus zet ze hem wat harder. Pang! De ballon knapt. Iedereen schrikt op. "Wow, hoe doet die laser dat?" Om dit uit te leggen heeft Rijs weer wat hulp nodig. Philip zit in het publiek. Hij mag het laserlicht spelen. Twee anderen spelen de spiegels in de laser. Er zit ook nog een 'actieve stof' in de laser, hiervoor gebruiken we een scherm dat tussen de twee spiegels staat. Philip verdwijnt achter het scherm, daar krijgt hij een batterij, dus meer energie. Vervolgens botst hij tegen de spiegel en draait om, weer terug langs het scherm, en krijgt dus meer batterijen. Hij gaat verder en botst tegen de andere spiegel. Zo blijft hij heen en weer lopen tot hij zoveel batterijen, dus zoveel energie heeft dat hij door de spiegel heen kan ontsnappen: de laser gaat aan. Hoe de laser precies werkt is dus best ingewikkeld, maar het is duidelijk dat de spiegels een belangrijke rol spelen. Rijs laat een plaatje zien van haar laboratorium. Ze heeft in haar opstelling met lasers ook allemaal spiegels staan, die ervoor zorgen dat het licht een andere kant op buigt. Alle kinderen krijgen een blad met een doolhof. Daarin moeten ze de spiegels zó plaatsen, dat het licht uit het doolhof kan ontsnappen. Ze mogen twaalf spiegels gebruiken. De kinderen gaan druk aan de slag. Eén jongen heeft het helemaal goed, hij mag in een echte doolhof de spiegels neerzetten. Rijs giet wat vloeibare stikstof over het doolhof, zo zie je de weg die het licht aflegt heel goed. Als alle spiegels op de juiste plek zitten komt het licht er aan de andere kant van het doolhof weer uit.
Je kunt laserlicht o.a. zichtbaar maken met vloeibaar stikstof.
Lasers worden voor heel veel dingen gebruikt, en je ziet ze ook vaak in films. Maar klopt het wel wat je daar allemaal ziet? Rijs toont een fragment waar James Bond op tafel ligt en er een laser steeds dichter bij komt. "Is de laser echt?" vraagt Rijs. Alle kinderen antwoorden 'nee'. Ze weten inmiddels dat je lasers niet ziet, tenzij ze ergens tegenaan schijnen bijvoorbeeld rook. "Kunnen we James Bond met een laser doorsnijden?" vraagt Rijs. Er wordt een beetje getwijfeld in de zaal. Toch zeggen de meeste kinderen ‘ja'. "Dat klopt", zegt Rijs. "We kunnen met heel sterke lasers zelfs staal doorsnijden, dus dan lukt James Bond ook wel." De volgende spannende scène komt uit Star Wars. Zijn de lichtzwaarden echt? Iedereen in de zaal denkt van niet. Want: én je ziet de hele straal terwijl het geen rokerige ruimte is én er zit een einde aan de lichtstraal. En er is nog een reden waarom ze niet echt kunnen zijn: "als ze wel echt waren, zou het veel te riskant zijn voor de acteurs", merkt een jongetje verstandig op. In een stukje uit Oceans 12 zien we iemand de beveiliging omzeilen door tussen bewegende laserstralen door te dansen. Rijs legt uit dat dit natuurlijk nergens op slaat: het alarm gaat aan als de laserstraal die normaal op de sensor valt, onderbroken wordt. Maar deze laserstralen bewegen steeds alle kanten op, en staan helemaal niet gericht op sensoren. Het laatste filmpje is heel grappig. We zien Ali G. die op zijn eigen manier tussen de stralen door danst. En hoewel de lasers op een klungelige plek zijn opgehangen, komt dit filmpje nog het meest overeen met de werkelijkheid.
Rijs komt terug op de vragen die ze aan het begin stelde. Zijn alle lasers hetzelfde? Nee, maar ze hebben wel de overeenkomst dat ze een smalle bundel hebben en dat je ze kunt sturen met spiegels. En hoe zit het met de veiligheid van lasers? Rijs laat de waarschuwingssticker zien die op alle lasers zit. Want zelfs met de kleinste laser kun je al beschadiging veroorzaken als je in je oog schijnt. Maar je zult met zo'n klein lasertje heus niet iemand door midden snijden, stelt ze iedereen nog even gerust....
Bron: Wakker Worden Kinderlezingen
|