Gepubliceerd op 22 april 2008

Verslag 'Waarom verkleurt mijn spijkerbroek?'

dr. Katrien Keune

Tekst: Edda Heinsman
Fotografie: Hanne Nijhuis
 

Bijna iedereen heeft er wel een paar in de kast liggen: spijkerbroeken. En dat ze verkleuren merkt ook iedereen, maar hoe komt dit eigenlijk? Dat is de vraag die scheikundige dr. Katrien Keune, vandaag tijdens de Wakker Worden kinderlezing beantwoordt. Keune werkt als onderzoeker bij het Instituut Collectie Nederland (ICN) en het instituut voor Atoom- en Molecuulfysica (AMOLF).

Het wassen van de broek nadat het uit de indigo oplossing is gehaald. De broek wordt eerst groen.

Indigo

Eerst onderzoeken we hoe de spijkerbroek eigenlijk aan die blauwe kleur komt. Keune heeft een witte spijkerbroek meegenomen en een pot waar bladeren van de Indigoplant in hebben liggen rotten. De broek moet een poosje weken in de pot en krijgt een gelige kleur. Als een meisje uit het publiek de broek er vervolgens uithaalt, wordt deze ineens een beetje groenig. En wanneer Keune de broek uitspoelt wordt hij alsmaar groener! Het publiek is enorm verbaasd. Maar nadat de broek een tijdje aan de waslijn hangt, is hij gelukkig helemaal blauw geworden. 

Hoe kan dat nou? De kinderen hebben verschillende theorieën. Maar het blijkt nog niet zo eenvoudig. 'Een stofje uit de indigoplant is in de broek getrokken, en die reageert nu met zuurstof uit de lucht', legt Keune uit.

Demonstratie hoe je broek verkleurt door er bleekmiddel overheen te gooien.

Verkleuring

Nu weten we waar de blauwe kleur vandaan komt, maar hoe verdwijnt die weer? Een jongetje vertelt dat het komt door slijtage. Zijn moeder moet even opstaan om haar spijkerbroek te laten zien. En ja, op de knieën is de broek wat lichter.

Een tweede manier om de kleurstof kwijt te raken, is door het toevoegen van een chemische stof. Op de pasgeverfde blauwe spijkerbroek laat Keune een scheutje bleekmiddel vallen. Daar gaan de indigo-deeltjes kapot van. En dat is te zien, er ontstaan witte vlekken op de broek.

Ook zonlicht veroorzaakt verbleking. ‘Een proefje om dit te laten zien zou veel te lang duren', legt Keune uit en daarom laat ze ter illustratie een foto van een 400 jaar oud schilderij zien. De man op het schilderij draagt een pakje, geschilderd met indigo-verf. In plaats van mooi blauw, is de verf helemaal verkleurd. 'Net als mensen worden schilderijen ook een beetje grijs als ze ouder worden.'

Dr. Katrien Keune

Paardenmest

Hoe kwamen die schilders vroeger eigenlijk aan hun verf? Ze konden moeilijk even naar de hobbywinkel om een potje te kopen. Dus maakten ze het zelf. En daarvoor hadden ze vaak bijzondere methoden.

Indisch geel haalden de schilders uit de urine van koeien die ze mangobladeren te eten gaven. Loodwit maakten ze door metaal lood een paar weken onder paardenmest te laten liggen. Het witte korstje dat bovenop de mest ontstond, was prima te gebruiken voor witte verf. En wanneer je een koperstaafje in azijn zet, vormt zich een groen laagje - net als op het gebouw van NEMO - zeer geschikt voor groene verf.

Rode pigment kun je halen uit Braziliaanse rode vrouwtjesluizen. Dit pigment - cochineal - wordt nog steeds gebruikt. Niet alleen voor verf, maar in allerlei producten zoals rode lippenstift, salami en zelfs rode smarties! En aan de reacties te horen, vindt de zaal dat toch eigenlijk best wel een vies idee.

Verf maken: meng het pigment met een eidooier en een eetlepel water. Thuis kun je bijvoorbeeld stoepkrijt gebruiken als pigment.

Verf maken

Om te kunnen schilderen heb je naast een pigment ook een bindmiddel nodig. Keune vraagt de zaal of iemand zelf wel eens heeft geprobeerd om verf te maken. 'Ja met stoepkrijt en water!' roept iemand in de zaal, maar helaas bleek het niet zo lang te blijven zitten. Een ander had een heel ingewikkeld recept gebruikt, met blaadjes, zout en nog veel meer ingrediënten, maar ook dat werkte niet optimaal. Eén meisje had zelf verf gemaakt met eigeel, en dat werkte goed.

Dat mag ze komen voordoen. Een beetje groene pigment toevoegen aan wat eigeel, even roeren en klaar is de verf. 'Zo deden de Italianen het vroeger ook al', vertelt Keune.

Verkleuring van de groene kleur in een schilderij.
Afkomstig van schilderij 'Ontbijt met de kat' van Gabriƫl Metsu (ca. 1662-1625)

Blauwe bladeren

De schilders vroeger hadden dus allemaal slimme trucjes om verf te maken, maar niet alle verf was even goed houdbaar. Dit is goed te zien op het volgende schilderij dat Keune toont: de bladeren zijn helemaal blauw! Niemand gelooft dat de schilder dit zo bedoeld had. Een jongetje weet hoe het gegaan moet zijn 'Als je blauw en geel mengt, krijg je groen. Maar het geel is verdwenen door het zonlicht, dus blijft alleen blauw over.'

Op andere schilderijen uit de 18e eeuw kunnen we zien dat het rode vermiljoen verkleurt naar grijs (zwart en wit), en dat loodwit transparant wordt. In veel gevallen is licht de boosdoener, maar ook door een chemische reactie kan de kleur veranderen.

Proefje doen: rodekoolsap mengen met citroensap geeft verkleuring van rood naar roze.

Proefje doen

Dit gaan de kinderen uittesten. Ze krijgen allemaal een buisje met een paarse vloeistof erin en een pipetje met een doorzichtige vloeistof. Als ze het bij elkaar doen en een beetje schudden wordt het roze! De magische vloeistof was rodekoolsap. Vermengd met het zure citroensap uit het pipetje wordt het roze. Maar als je het zou mengen met zeep wordt het juist blauwig. Een paar kinderen hebben dit wel eens gezien bij het afwassen.

Tot slot vraagt Keune de kinderen hoe je schilderijen nu kan beschermen tegen verkleuring. 'Glas ervoor', zegt iemand. 'Geen foto's maken met de flits', weet iemand anders. En de kinderen weten ook dat je niet mag roken in het museum, je mag de schilderijen niet aanraken, en je mag er natuurlijk al helemaal geen mes in steken of citroensap op spuiten!

Bron: Wakker Worden Kinderlezingen