Gepubliceerd op 26 mei 2009

Verslag 'Wanneer ben je muzikaal?'

door muziekwetenschapper dr. Henkjan Honing

Tekst: Edda Heinsman
Fotografie: Hanne Nijhuis

Of je nu hard zingt onder de douche, meedoet aan Idols of enorm geniet van een klassiek pianostuk, bijna iedereen heeft wel iets met muziek. Maar wanneer ben je nou precies muzikaal? Tijdens de Wakker Worden kinderlezing in NEMO onderzoeken kinderen samen met UvA muziekwetenschapper Henkjan Honing hoe muzikaal ze zelf zijn.

Honing begint met een inventarisatie:'Wie is er muzikaal?'. Ongeveer vijftien kinderen steken een vinger op. Slechts een paar kinderen vinden zichzelf absoluut niet muzikaal, en bijna iedereen kent wel iemand die niet muzikaal is. 'Mijn papa zingt heel vals!', roept iemand. Een ander heeft iemand in de klas die niet kan zingen en ook nog eens geen ritmegevoel heeft. Ritme en toon houden zijn dus volgens de kinderen belangrijke graadmeters voor iemands muzikaliteit. Honing voegt nog een graadmeter toe: luisteren naar muziek. Mensen die goed kunnen luisteren zijn ook muzikaal.

Sesamstraat

Eens kijken of de kinderen hun eigen muzikale kwaliteiten goed hebben ingeschat, Honing heeft een hele reeks testjes voorbereid. Op het grote scherm toont hij vier blokjes: A, B, C en D. Bij ieder blokje laat hij een heel kort stukje muziek horen. De fragmentjes duren maar tweetiende seconde, en toch heeft iedereen gehoord welk van de vier stukjes klassieke muziek was. Iedereen herkende de klankkleur en heeft het goed!

Bij de tweede test fluit Honing een aantal liedjes en moeten de kinderen raden welk liedje het is. Iedereen herkent meteen 'altijd is Kortjakje ziek' en ook ‘Sinterklaas kapoentje' is een makkie. Als hij het nog een keer fluit maar dan een stuk hoger, herkent iedereen het liedje nog steeds. Dat komt ook terug in het testje waarin Honing twee keer het introfilmpje van Sesamstraat laat zien. Een keer met het muziekje op gewone toonhoogte en een keer hoger of lager. Iedereen heeft door dat het hogere muziekje de echte is. En hetzelfde bij de Klokhuis-tune, ook daar heeft bijna iedereen het goed. Honing legt uit dat dit eigenlijk heel bijzonder is. ‘Wij kunnen dus heel makkelijk horen wat de juiste toonhoogte is van een liedje. Maar dat kunnen apen, vogels en walrussen ook. Wat bijzonder is bij mensen, is dat wij twee liedjes op verschillende hoogte nog steeds als hetzelfde liedje herkennen. Voor een aap zijn dat twee verschillende nummers. Hij herkent het een niet als het ander.'
Onderzoek naar ritmegevoel bij baby's.

Baby's met ritmegevoel

Nu tijd voor het ritme. Op het scherm staat een ritme uitgeschreven, streepjes voor een slag en een punt voor een stilte. Tik-rust-tik-tik-tik-rust-tik-rust-rust-rust-tik-rust-tik-rust-rust-rust. Een meisje speelt het ritme door op de bank te slaan. Applaus uit de zaal, want ze doet het helemaal goed. Honing doet het nogmaals maar nu wat sneller, en ineens is daar een heel bekend ritme. Iedereen klapt en stampt mee. Maar hoe komt het dat dit ritme voor iedereen zo lekker in het gehoor ligt? Honing legt uit dat het door de 'luide rust' komt. Als luisteraar verwachtte je op een gegeven moment een noot in plaats van een stilte, maar die komt niet. Dat maakt het spannend.

Maar is dat ritmegevoel nu iets aangeleerds omdat je veel naar muziek geluisterd hebt? Hiervoor liet Honing aan slapende pasgeboren baby's een muziekje horen met een lekkere beat. Via allemaal plakkertjes vastgemaakt op het babyhoofdje kon Honing bijhouden hoe ze op de muziek reageerden. En het bleek dat als er een rust was op het moment dat je een slag verwachtte, de baby's verrast reageerden. 'Baby's hebben dus al maatgevoel bij de geboorte!' zegt Honing enthousiast. En dat is verrassend omdat tot nu toe gedacht werd dat je ritmegevoel ontstaat door het aan te leren.

Snowball, de dansende kaketoe

Dansende kaketoe

Hebben dieren dat eigenlijk ook? Honing toont een grappig filmpje van de wereldberoemde kaketoe Snowball. Die lijkt te dansen op zijn favoriete nummer van de Backstreet Boys. De meeste kinderen in de zaal denken dat hij dus inderdaad ritmegevoel heeft. Maar Honing was daar niet zo zeker van. 'Mijn collega's en ik dachten altijd dat ritmegevoel iets menselijks is, walrussen en apen kunnen bijvoorbeeld niet meeklappen.' Hij toont het filmpje nog eens maar wijst nu links onder op een schaduw die hard meebeweegt met de kaketoe. Het lijkt er op dat het baasje van de kaketoe meedoet, dus misschien is het wel zo dat de vogel gewoon de bewegingen van zijn baasje volgt, en helemaal geen ritmegevoel heeft.

Hoe zou je erachter kunnen komen of de vogel toch echt zelf luistert? Een kind stelt voor om het baasje apart te houden. Een ander raadt aan ook muziek met een ander tempo te laten horen. Als Snowball dan nog steeds in de maat danst, moet hij dus wel luisteren. En dat is precies het onderzoek dat collega's van Honing onlangs uitvoerden. We zien Snowball en horen hetzelfde muziekje, maar het tempo gaat steeds sneller. En Snowball danst vrolijk mee, precies op de maat! Honing geeft toe dat ook kaketoes blijkbaar ritmegevoel hebben.

Nu kijken of de kinderen net zo veel ritmegevoel hebben als Snowball. Honing waarschuwt dat de volgende test heel moeilijk is, dus als het niet helemaal goed gaat wil dat eigenlijk nog niks zeggen. Eerst horen de kinderen een liedje en vervolgens moeten ze uit twee ritmes kiezen welke erbij klopt. En bijna iedereen heeft het goed! Dan een ander muziekje. Nu wordt er flink gefronst in het publiek. Bij dit deuntje hebben de kinderen veel meer moeite. Dat komt omdat het tweede liedje een maatsoort heeft die je niet zo veel hoort in het Westen. Het is een Bulgaars liedje met een ritme van 7/8. Uit Canadees onderzoek blijkt dat dit ritme voor Canadezen net als voor ons moeilijker is. Maar Macedoniërs vinden het helemaal niet moeilijk, zij luisteren heel vaak naar Bulgaarse muziek.

Een vergelijkbaar experiment voerde Honing ook uit met baby's en wat blijkt: baby'tjes zijn ook heel goed in het vinden van ontbrekende noten in Bulgaarse muziek. Ritmegevoel is dus aangeboren, en als je niet naar heel veel verschillende muziek blijft luisteren, leer je het af! Een goede tip dus voor je ritmegevoel: veel en gevarieerd luisteren.

Ter afsluiting vraagt Honing het publiek nog een keer wie zichzelf muzikaal vindt en nu gaan bijna alle vingers omhoog. Tijd voor vragen. Een jongetje vraagt waarom apen niet muzikaal zijn. Honing laat in een filmpje zien dat apen wel degelijk muziek maken, trommelen kunnen ze heel goed! Maar luisteren naar elkaar doen ze niet. Ze kunnen bijvoorbeeld niet allemaal tegelijk klappen. En dat kan het publiek natuurlijk wel: ze geven een luid applaus voor de muziekwetenschapper en ook een beetje voor zichzelf.

Bron: Wakker Worden Kinderlezingen