Gepubliceerd op 17 juni 2008

Verslag "Kan iedereen topsporter worden?"

door prof. dr. Jan-Hindrik Ravesloot

Tekst: Edda Heinsman
Fotografie: Hanne Nijhuis

Het onderwerp van de laatste kinderlezing vóór de zomervakantie kan niet beter. Want met het spannende Europees kampioenschap voetbal droomt bijna iedereen ervan om profvoetballer te worden. Maar hoe zit dit, kan iedereen topsporter worden? Fysioloog Jan-Hindrik Ravesloot legt het uit.

Bijna alle vingers gaan omhoog wanneer Jan-Hindrik Ravesloot vraagt wie er graag topsporter wil worden, net als Ruud van Nistelrooy. En wat moet je daarvoor heel goed kunnen? 'Rennen', weet de negenjarige Saana. Dat heeft ze goed dus mag ze helpen bij de eerste proef; fietsen op de hometrainer.

Terwijl Saana stevig doortrapt vraagt Ravesloot zich af wat er gebeurt als je een tijdje hard loopt. Je hart gaat sneller kloppen, maar waarom? Ravesloot houdt zijn been omhoog. Hij demonstreert dat dan je spier hard wordt. Als je je inspant hebben je spieren meer energie nodig. Die energie komt uit je longen, zegt iemand. De longen zorgen ervoor dat er zuurstof in je lichaam komt. Je spieren gebruiken die zuurstof om suikers uit voedingsstoffen te verbranden.

Saana krijgt instructies van Jan-Hindrik Ravesloot op de hometrainer.

Rode wangen

Hoe merk je dat je lichaam voedsel verbrandt? In Saana's stuur zit een hartslagmeter verborgen. Als je slaapt is je hartslag ongeveer 60 a 70 slagen per minuut, nu klopt Saana's hart wel 92 keer per minuut. En omdat ze meer zuurstof verbruikt en er dus meer bloed wordt rondgepompt, krijgt ze ook al een beetje rode wangen.

En er zijn meer aanwijzingen. ‘Als je op de weegschaal gaat staan word je lichter,' merkt een jongetje op. Dat klopt ook, maar is niet het proefje dat Ravesloot in gedachten had. Hij voelt aan Saana's voorhoofd. En hoewel je geen vlammen ziet, is Saana's lichaam wel degelijk voedsel aan het verbranden en merkbaar warmer. Ze begint ook al een beetje te zweten. Waar is dat goed voor? ‘Dan koel je af', weten de kinderen.

Ravesloot laat twee thermometers zien, die beiden twintig graden aangeven. Om één van beide doet hij een vochtig lapje. Dit is je zweet. Nu gaat de ventilator aan. We zien de temperatuur op de natte thermometer langzaam omlaag gaan. Het werkt dus echt!

Hoe lang moet je fietsen na het eten van een stuk slagroomtaart?

Zweet opvangen

En als je niet beweegt, zweet je dan ook? De meeste kinderen denken van niet. Dit moeten we natuurlijk testen. Iedereen krijgt een doorzichtige plastic handschoen aan en bindt deze vast met een elastiekje om de pols. Na een poosje wachten blijkt dat de handschoen gaat plakken. Het plastic vangt het zweet van je hoofd op. Normaal gesproken verdampt je zweet meteen. Zo verlies je zonder het te merken bijna een liter vocht per dag.

Saana is al een kwartier aan het fietsen, ze heeft ongeveer 80 kilocalorieën verbruikt. ‘Calorie' is een ander woord voor energie, in het Latijn betekent het ‘warmte' weet een vader uit het publiek. Hoe meer calorieën iets heeft, hoe langer je moet bewegen om het te verbranden. Ravesloot heeft allemaal lekkere dingen op tafel liggen. Voor een Mars moet Saana echter nog wel een halfuur doorfietsen, en voor een hele slagroomtaart wel tien uur! Maar een appeltje heeft ze al wel verdiend. Onder luid applaus van de zaal voor de geleverde fietsprestatie, kiest ze toch voor een stukje slagroomtaart. Saana's plaats op de fiets wordt meteen ingenomen door een jongen die dat stuk taart ook wel ziet zitten.

Krachttrainen!

Spieren kweken

Iedereen in de zaal doet wel iets aan sport: turnen, atletiek, korfbal, zelfs synchroon zwemmen. Ravesloot legt uit dat sport je lijf verandert. Je spieren worden groter en gaan efficiënter werken. Je hart is ook een spier en door te sporten kun je met dezelfde hartslag meer bloed rondpompen. Je wordt minder snel moe. Topsporters moeten dus heel veel trainen, zodat ze het goed kunnen volhouden.

Twee jongens uit het publiek mogen een kleine halter voor zich uit houden. Dat gaat lastig! Maar dit is wel de manier om hele dikke spieren te kweken, krachttrainen noem je dat. Op het scherm verschijnt een afbeelding van een supergespierde man. De zaal gruwelt. Zou deze man goed zijn in ballet? Het publiek denkt van niet. De bodybuilder is wel sterk maar niet zo precies, en hij kan vast ook niet heel hard achter een bal aanrennen. Topsport is een balans tussen kracht, uithoudingsvermogen en lenigheid. Voor verschillende sporten heb je meer van het een of ander nodig.

Ravesloot toont foto's van mensen van alle leeftijden. Zou een opa nog topsporter kunnen worden? De zaal lacht van nee. En je vader of moeder? Nu is de zaal aan het twijfelen, maar Ravesloot zegt dat dit eigenlijk ook niet meer kan. Maar kinderen en baby's kunnen nog wel topsporter worden.

Kipfilet

Welke sport kun je het beste kiezen? Waar je aanleg voor hebt hangt een beetje af van je ouders. Net als dat je de kleur van je ogen of je haar van je ouders erft, wordt ook de kleur van je spieren door aanleg bepaald. Ravesloot gaat rond met een kipfilet en een biefstuk. De biefstuk is rood en de kipfilet is wit. Kippen kunnen dankzij hun witte spieren héél hard fladderen. Mensen hebben zowel rode als witte spieren in hun benen. Sprinters hebben meer witte spieren, die moeten net als een kip kort en explosief kracht kunnen leveren. En marathonlopers hebben juist meer rode spieren. Zij hebben minder kracht nodig maar moeten het wel heel lang vol kunnen houden. De kleur van je spieren is dus van invloed op je sportprestaties.

Rens probeert de metalen ring zonder zoemen langs te konijnenspiraal te bewegen.

Konijnenring-kampioenschap

Kan iedereen topsporter worden? Met veel trainen, goed eten en het liefst een beetje aanleg, ben je er nog niet! Je spieren werken niet alleen, als topsporter moeten je hersenen je lichaam ook goed aansturen. Hiervoor heeft Ravesloot het konijnenringkampioenschap opgezet. Met een metalen ring moet hij een traject afleggen in de vorm van een konijn. Als de ring het konijn aanraakt, gaat de zoemer. De zaal houdt zijn adem in als Ravesloot het voordoet. Veilig bereikt hij de overkant. Iedereen wil het proberen, maar Ravesloot's zoon Rens mag het doen, het is zijn verjaardag.

Eerst doet Rens het rustig aan, maar zoals het een echte topsporter betaamt moet het steeds sneller. In 20 tellen lukt het om naar de overkant te komen met slechts twee keer zoemen. Nu komt er nog een handicap bij: er worden twee gewichten aan de ring geplakt. Rens merkt dat het een stuk lastiger gaat. Een paar kinderen stoppen zelfs hun vingers in hun oren omdat de zoemer steeds afgaat.

Na afloop van de lezing mag iedereen een appel of een stuk slagroomtaart nemen. Opvallend genoeg blijft er taart over maar gaan de appels wel op. Gaat iedereen dan toch voor die plaats in het Nederlands elftal?

Bron: Wakker Worden Kinderlezingen