Gepubliceerd op 20 januari 2009
Tekst: Edda Heinsman Fotografie: Hanne Nijhuis Tomaatjes, meloenen en peperkorrels: niet de ingrediënten van een exotisch recept, maar benodigdheden voor de Wakker Worden kinderlezing van UvA sterrenkundige Ralph Wijers. De lezing begint met een planetenquizje. De kinderen krijgen een boekje met op elke pagina een planeet. Wijers stelt vragen en de kinderen houden de bladzijde met de juiste planeet omhoog. Wat was vroeger een planeet, maar nu niet meer? Veel kinderen weten dat dit Pluto moet zijn, en één jongetje weet zelfs waar dit door komt: Pluto heeft geen schone baan: er zitten andere rotsblokken en gruis in de baan. Pluto is een dwergplaneet. Welke planeet is het heetst? De helft van het publiek denkt Mercurius, de andere helft denkt Venus. Mercurius staat inderdaad het dichtst bij de zon en wordt dus heel heet, aan de zonkant wel drie- à vierhonderd graden. Maar de schaduwkant van de rotsplaneet is het heel koud, honderd graden onder nul. Venus staat iets verder van de hete zon, maar heeft een dikke luchtlaag. Die laag houdt de straling extra goed vast, ook aan de schaduwzijde. Daarom wordt het op Venus wel vier- à vijfhonderd graden. 'Daar wil je echt niet zijn', zegt Wijers. 'Een stuk lood is daar gewoon een vijvertje.'
Wat is de grootste planeet van ons zonnestelsel? Jupiter!
Welke de grootste planeet is weten bijna alle kinderen, namelijk Jupiter, en de planeet die het verst van de zon staat is Neptunus. En welke planeet draait het snelst om zijn as? Dat is Saturnus. Saturnus draait zelfs zo hard dat hij een klein beetje plat is. Een kindje vraagt of er leven is op Saturnus. Wijers geeft toe dat hij het niet weet, maar dat je er als mens in elk geval niet kunt leven. De planeet bestaat namelijk helemaal uit vloeistof en gas, dus als je erop wilt lopen zak je er in. De volgende vraag wat de ‘blauwe planeet' wordt genoemd is een beetje een strikvraag. Het antwoord staat namelijk niet in het boekje: het is de Aarde. En op een foto gemaakt door een astronaut zie je het ook wel: de aarde is door al dat water een beetje blauwig. De groenige planeet is Uranus, die werd vroeger de Ster van George genoemd, omdat volgens Wijers de ontdekker William Herschel destijds een beetje wilde slijmen om geld los te krijgen van koning George van Engeland. En de rode planeet? Bijna iedereen steekt Mars omhoog. En dat klopt. Mars lijkt van de planeten nog het meeste op de Aarde. Op een zomerse marsdag is het er zo koud als hier in de winter. In de winter is het er echter wel veel kouder. En Mars heeft net als Aarde poolkappen, dat betekent dat er ook water is. Er zijn mensen die denken dat er leven is of is geweest op Mars. Maar tot nu toe is er niets gevonden. 'Zijn er wel eens mensen op Mars geweest?', vraagt een kind uit het publiek. Er zijn al wel robots geland op Mars. Maar omdat het toch wel een jaar reizen is, en je eten en drinken mee moet nemen voor onderweg, zit een reisje Mars voor mensen er voorlopig nog niet in.
Een aantal kinderen beelden de verschillende planeten uit aan de hand van ingrediënten uit de keuken van Ralph Wijers.
Alle planeten van het zonnestelsel zijn aan bod gekomen. Om te laten zien hoe groot het zonnestelsel wel niet is, heeft Wijers zijn keuken geplunderd. Hij begint met de zon. Die is in het echt wel anderhalf miljoen kilometer groot, maar als je hem tien miljard keer zo klein maakt, blijft er een meloen van vijftien centimeter over. Een jongetje mag de zon zijn. De kinderen mogen raden hoe groot Jupiter - de grootste planeet - op deze schaal is. Hij blijkt ongeveer tien keer kleiner dan de zon, dus anderhalve centimeter, net zo groot als een kerstomaatje. Een meisje in het rood mag toepasselijk de kerstomaatjesplaneet Jupiter spelen. Saturnus is iets kleiner maar wordt ook door een kerstomaatje uitgebeeld. Maar de aarde is wel honderd keer kleiner, slechts anderhalve millimeter! Een kind krijgt een peperkorrel en mag de Aarde zijn. Venus is bijna net zo groot als de Aarde en het jongetje dat dat weet krijgt ook een peperkorrel om voor planeet te spelen. Mercurius en Mars zijn wat kleiner en krijgen een kleiner peperkorreltje. Het zonnestelsel is bijna af. Alleen Neptunus en Uranus missen nog. Hoe groot zouden die zijn? Wijers haalt een zak borrelnootjes tevoorschijn. Twee kinderen mogen Uranus en Neptunus zijn en houden trots hun nootje omhoog. De grootte van de planeten is nu bekend, maar hoe ver staan ze uit elkaar? De zon moet in de hoek van de zaal staan. Mercurius staat het dichtst bij, op deze schaal ongeveer op zes meter. Nog drie meter verder staat Venus. En de Aarde past nog maar net in de ruimte, die staat op 15 meter in het uiterste hoekje van de zaal. Maar wat als we nu de buitenste planeet er ook bij willen zetten, hoe ver zou die moeten staan? Wel dertig keer zo ver weg als de Aarde, dus dan zit je buiten Nemo, helemaal bij het Centraal Station. Wijers heeft zijn punt duidelijk gemaakt. Het zonnestelsel is dus ontzettend leeg: een handjevol borrelnootjes, kerstomaatjes en peperkorrels, verspreid over een cirkel met een straal van 450 meter. Hartstikke leeg dus, dat zonnestelsel, maar hoe zit dat met de andere sterren? Een van de dichtstbijstaande sterren is Alpha Centauri, Wijers houdt nog een meloen omhoog. Wie wil op de plaats van de dichtstbijstaande ster staan, hoever zou je dan wel niet moeten gaan? Een jongetje denkt dat dat nog wel verder is dan station Heemstede-Aerdenhout, maar volgens Wijers is twintig kilometer nog lang niet ver genoeg. De meloen moet met het vliegtuig naar Moskou, want de dichtstbijstaande ster staat op deze schaal wel op drieduizend kilometer verderop!
Een jongetje demonstratie de middelpuntvliedende kracht.
Hoe komt het nu dat al die planeten zo rond de zon draaien, waarom vliegen ze niet weg? Dat komt door de zwaartekracht, weten heel veel kinderen. Wijers springt omhoog. 'Als er nu geen zwaartekracht was, vloog ik zo weg en zou ik nooit meer terugkomen.' Cool klinkt het uit het publiek. Wijers legt uit dat het niet zo leuk is: de luchtlaag zou ook wegvliegen. 'En de zon zou uit elkaar vliegen en we zouden ook geen zonnestelsel meer hebben', vult een kindje aan. De zwaartekracht trekt alles aan en houdt het mooi bij elkaar. Tijd voor het antwoord op de vraag van de lezing: Waarom draait de aarde rond? Wijers benadrukt nogmaals dat in het heelal niets stilstaat: de aarde tolt rond, de maan draait rond de aarde, de aarde draait rond de zon en de zon draait zelf ook rond. Het draaien komt door hoe het zonnestelsel is ontstaan. Het begint met een heel grote wolk van stof en gas, die een heel klein beetje ronddraait. Op een gegeven moment krijgt hij ergens zo'n grote dichtheid dat hij door de zwaartekracht instort. En dan gebeurt er iets geks. Een kindje uit het publiek mag het demonstreren, door met gewichten en gespreide armen op een kruk te zitten. Wijers geeft een klein duwtje. En zodra het kind net als een kunstschaatser de armen en benen intrekt, gaat hij veel sneller draaien. Zo gaat het ook met de wolk: omdat hij kleiner wordt, gaat hij steeds sneller draaien. En door het draaien verandert de wolk in een platte pannenkoek. Het meeste materiaal uit de wolk komt in het midden in de ster terecht, en het restmateriaal in de schijf eromheen vormt de planeten. Alles draait, omdat de wolk aan het begin een klein beetje bewoog.
Een eigen model maken van zon, aarde en maan.
Iedereen gaat een klein model maken: met splitpennen, plastic stripjes, een plaatje van de maan, van de aarde en de zon. Wijers doet voor hoe je het model maakt. 'Ik heb de aarde dubbel', roept een jongetje, maar dat is niet erg. Al heel snel heeft iedereen zijn model af. En nu is het tijd om te draaien. Hoe lang duurt het voor de aarde een rondje heeft gemaakt? Een dag. Een jongetje weet zelfs te zeggen dat het precies 23 uur en 56 minuten is. En hoe lang duurt het voor de maan een rondje rond de aarde heeft gedraaid? ‘Een maand', weet iedereen. En ook hoe lang het duurt voor de aarde rond de zon draait weet iedereen: een jaar. 'Het is niet zomaar toevallig dat we de tijden dag, maand en jaar gebruiken', legt Wijers uit. 'Het heeft allemaal te maken met het draaien van het zonnestelsel.' Nu hebben we het hele zonnestelsel gezien, maar er zijn nog veel meer planeten die rond andere sterren draaien dan de zon. Sterrenkundigen noemen ze exoplaneten. Alleen al in ons melkwegstelsel zijn meer dan honderd miljard sterren, waaromheen in de meeste gevallen waarschijnlijk planeten draaien. Bovendien zijn er ook nog eens miljarden andere stelsels. Daarom acht Wijers het erg waarschijnlijk dat er ergens anders dan op Aarde leven is. 'Maar hoe dat er uit ziet, dat weet ik echt niet. '
Bron: Wakker Worden kinderlezingen
|