Gepubliceerd op 22 mei 2006
Uit: Het Parool, dd. 22 mei 2006, door Margriet van der Heijden
Wat zit er allemaal in het heelal? De beroemde Amsterdamse astronoom Ed van den Heuvel dook in het Amsterdamse Nemo meteen maar de ruimte in. En daar is van alles te vinden, zo wisten bijna alle tachtig kinderen. Sterren, planeten, kometen, zwarte gaten, sterrenstelsels, manen, stof en gas en supernova’s.
Daartussen is vooral ontstellend veel lege ruimte. De afstand tussen de zon en de aarde bijvoorbeeld, is zo groot dat zelfs het razendsnel reizende licht er acht minuten over doet om van de zon naar de aarde te reizen. Zou de zon plotsklaps uitdoven, dan hadden wij dat op aarde dus pas na acht minuten in de gaten.
En dan ligt de zon nog ongeveer op onze deurmat vergeleken met andere sterren. De dichtstbijzijnde ster na de zon staat al op een afstand van 4,2 lichtjaar ofwel 4,2 keer de afstand die licht in een jaar aflegt.
Stel je voor dat de zon zo groot was als een sinaasappel, zei Van den Heuvel om het inzichtelijk te maken. Dan was de aarde zo klein als de kop van een speld, en dan zat er tussen die twee ongeveer vijftien meter. De kleine ijsplaneet Pluto, die het verst van de zon vandaan reist, bevond zich dan ergens op de Dam. En de dichtstbijzijnde ster alias sinaasappel? Die lag in Moskou.
Wie verder weg kijkt, ziet dat de zon en haar buursterren in een buitenwijk liggen van een uitgestrekte verzameling van zo’n honderd miljard sterren: het Melkwegstelsel. Wie dan nog verder kijkt - iets wat trouwens pas sinds een kleine honderd jaar kan - ziet dat het heelal bevolkt is met sterrenstelsels zoals ons Melkwegstelsel, van elkaar gescheiden door enorme en onoverbrugbare lege gebieden. En wie zo ver als maar kan het heelal in kijkt, ziet dat die sterrenstelsels op hun beurt ook weer gerangschikt zijn in groepen, clusters genoemd, met zo’n honderd leden.
De bewegingen van die sterren, die sterrenstelsel en die clusters worden geregeerd door de zwaartekracht. Dezelfde zwaartekracht die ervoor zorgt dat de planeten om de zon draaien zonder uit de bocht te vliegen, en dat appels naar beneden vallen en niet omhoog vliegen de ruimte in.
Die zwaartekracht is eigenlijk maar een heel zwakke kracht, vertelde Van den Heuvel. Honderd miljard miljard miljard miljard maal zwakker dan de elektromagnetische kracht die atoomkernen en elektronen bindt tot atomen, en die atomen bij elkaar houdt in moleculen.
Daarom, legde hij uit, voel je wel de zwaartekracht van de aarde - die je dertig, of vijftig of tachtig kilo laat wegen - maar niet de zwaartekracht van het meisje dat naast je zit. Pas als voorwerpen groter zijn dan ongeveer vijfhonderd kilometer, wint de zwaartekracht het van de andere natuurkrachten. Dan kan de zwaartekracht atomen van elkaar lostrekken en zo aardappelvormige rotsklompen of dichte gaswolken in een nieuwe vorm boetseren: een bol. Zo maakt de zwaartekracht alle grote objecten in het heelal bolvormig, legde Van den Heuvel uit.
Maar toch, hoeveel astronomen ook van planeten en sterren en sterrenstelsels begrijpen, van het grootste deel van het heelal begrijpen ze helemaal niets. De sterren en de sterrenstelsels en de clusters van sterrenstelsels maken namelijk maar vier procent van ons heelal uit.
Metingen en berekeningen aan de zwaartekracht in sterrenstelsels hebben uitgewezen dat de kosmos verder voor 21 procent uit een onbekende en onzichtbare vorm van materie bestaat. Donkere materie, zeggen astronomen.
En om het nog erger te maken, bestaat het heelal bovendien voor 75 procent uit donkere energie. Die energie moet er volgens astronomen voor zorgen dat het heelal de laatste tijd steeds sneller uitdijt. En dus niet, zoals zij eerder verwachtten, met steeds maar dezelfde constante vaart blijft ‘opblazen’ als kort na de oerknal.
Anders gezegd: 96 procent van het heelal is zoek. Voor eventuele astronomen in spe is er dus onontgonnen terrein genoeg.
Bron: Wakker Worden Kinderlezingen
|