Gepubliceerd op 12 december 2006
Tekst: Edda Heinsman Fotografie: Hanne Nijhuis
Om een antwoord te geven op de vraag wat de allerkleinste bouwstenen zijn vertelt Els de Wolf tijdens deze Wakker Worden lezing over bakstenen, cement en lijm, maar ook over de liefde.
Els de Wolf stelt zich voor als natuurkundige “en die houden ervan om dingen lekker helemaal uit elkaar te halen”. Op het scherm zien we een paar bakstenen. “Wat kun je daar allemaal van bouwen?”, vraagt De Wolf. De kinderen komen op een huis, kasteel, muur en flat. Ze snappen allemaal dat er ook cement nodig is om het geheel een beetje stevig te maken. En voor het papieren huisje op de volgende slide heb je natuurlijk in plaats van bakstenen papier nodig en lijm of plakband om te voorkomen dat het in elkaar stort.
Maar hoe zit dit bij mensen? Vanaf het scherm lachen prins Willem-Alexander en prinses Maxima ons toe. Op de volgende slide de beroemde kus. De Wolf legt uit dat er ook een soort mensenlijm bestaat: verliefdheid. Door deze aantrekkingskracht willen ook prinsen en prinsessen dicht bij elkaar in de buurt zijn.
Een mannetje onder een appelboom krijgt een appel op zijn hoofd. De kinderen in het publiek herkennen verrassend snel om welke kracht het hier gaat: de zwaartekracht. En bij een meisje op een trampoline ziet weer iedereen in dat het de zwaartekracht is die ervoor zorgt dat het meisje niet de ruimte in vliegt. “Tenzij ze echt héél hoog springt”, weet een jongetje. De zwaartekracht is dus de lijm die ons op de aarde plakt.
De volgende lijm is magnetisch. De Wolf deelt magneetjes uit zodat de kinderen nog eens kunnen zien dat de noord- en zuidpool elkaar afstoten, maar de noord- en zuidpool elkaar juist aantrekken. Ook dit is een soort hele sterke onzichtbare lijm.
Nu komen we aan bij de elektrische lading. Dit is volgens De Wolf een heel belangrijke lijm, hij zorgt er namelijk voor dat alles waar we uit zijn opgebouwd aan elkaar plakt. Ook alle spullen om je heen blijven vanwege elektrische lading aan elkaar zitten. Een meisje vraagt of het ook zo is dat met een ballon over je haar wrijven lading opwekt. Dit is precies de eerste proef die de kinderen gaan doen. Ze krijgen allemaal een dienblad met een ballon, wat confetti en een punaise. Iedereen blaast zijn ballon op en begint enthousiast met de ballon over zijn hoofd te wrijven, om deze vervolgens bij de confetti te houden. “Ja het lukt!”, hoor je hier en daar.
Overal tonen kinderen met statisch haar trots hun ballon vol confetti. De Wolf legt uit hoe deze onzichtbare lijm werkt: “Door het wrijven gaat alle plus-lading aan de buitenkant van je haar zitten. De ballon krijgt juist een min-lading. De confetti is plus- en min-geladen en verdelen zich zo dat de plusjes van de confetti naar de minnetjes van de ballon gaan.” De Wolf vertelt verder nog dat de elektrische en de magnetische kracht zoveel op elkaar lijken, dat ze samen de elektro-magnetische kracht heten.
Nu moet iedereen zijn ballon laten knappen, sommige kinderen vinden dat best eng. Na een serie harde knallen wordt het weer iets rustiger in de zaal. De kinderen krijgen nu de opdracht om een vel papier steeds verder doormidden te scheuren totdat een zo klein mogelijk snippertje ontstaat. De kinderen zien er meteen een wedstrijdje in. “Ik heb écht een heel klein snippertje”, klinkt het van alle kanten. De Wolf tuurt naar het resultaat. “Sommigen hebben zo’n klein snippertje dat je hem bijna niet meer ziet”, zegt ze. “Als je dit nou blijft doen kom je uiteindelijk bij moleculen.” Twee kinderen uit het publiek mogen nu steeds de helft van een bekertje water in het volgende bekertje doen. Zo houden zij een heel klein drupje water over. “Als je dit pietsepeuterige drupje nou nog veel kleiner zou maken, dan heb je uiteindelijk een watermolecuul.”
Het watermolecuul bestaat uit drie atomen: een zuurstof- en twee waterstofatomen. De Wolf zoomt in op één atoom. Nu blijkt het te bestaan uit een nog veel kleinere kern en daaromheen een elektron. Als de kern zo groot was als een speldenknop die op de middenstip van de Arena lag, dan zou het elektron over de bovenste tribune vliegen. “Atomen zijn dus heel leeg van binnen. Hoe kun je dan toch in je arm knijpen zonder dat die kapot gaat?” vraagt De Wolf.
Ze legt uit dat het komt doordat het elektron heel snel allemaal rondjes draait om de kern. Dit doet het elektron zo vliegensvlug dat zijn baan een soort schilletje rond de kern vormt. Als voorbeeld haalt De Wolf rieten ballen tevoorschijn, waarvan het riet de baan van het elektron voorstelt. Op de rieten ballen legt ze een plank. Om nu te testen hoe sterk de toch ‘lege’ ballen zijn mag een meisje uit het publiek erop gaan staan. Gelukkig zijn de rieten ballen sterk genoeg en het meisje stapt opgelucht van de plank. Nu vraagt iemand uit de zaal: “En wat als jij er op gaat staan?” Meteen beginnen alle kinderen te roepen: “proberen, proberen!” Voorzichtig neemt De Wolf, onder luid applaus, plaats op de plank. Alles gaat goed en het punt is duidelijk; ondanks de grote lege ruimte zijn de rieten ballen - atomen - hartstikke sterk.
Na nog dieper inzoomen blijkt dat ook de kern weer bestaat uit kleinere deeltjes: de positief geladen protonen en de neutrale neutronen. Ook deze worden door een lijm bij elkaar gehouden, door de zogenaamde sterke kracht. Wanneer we vervolgens nog verder inzoomen op een proton of een neutron, zien we dat deze ook weer ergens uit bestaat. “Quarks”, roepen de kinderen. En dat hebben ze goed gezien. “’s Ochtends eet ik ook altijd kwark”, zegt een jongetje. “Eigenlijk eet je dus altijd quarks”, lacht De Wolf, “want die zitten immers overal in.”
Eén kind vraagt zich af hoe ze eigenlijk weten dat er quarks bestaan, want hoe snijd je die kleine protonen of neutronen in stukjes? De Wolf vertelt dat je hiervoor heel grote machines nodig hebt die groepjes protonen op elkaar schiet. “Uit de restjes gaan we dan kijken wat er eigenlijk in zo’n proton zat.” Om dit te laten zien heeft De Wolf een proefje bedacht. Want wat zou je doen als je niet wist hoe een ei er van binnen uit ziet? De kinderen zijn het er over eens dat je hem dan moet breken. En dat is precies wat ze gaan doen. Twee kinderen laten gelijktijdig een ei aan een touwtje los waardoor deze met hoge snelheid tegen elkaar aan knallen. De eierstruif vliegt alle kanten op. “En nu moet je als natuurkundige aan die troep zien waar het ei oorspronkelijk uit bestond.”
Bron: Wakker Worden Kinderlezingen
|