Uit: Het Parool, 23 juni 2003, door Margriet van der Heijden
AMSTERDAM - Je zou verwachten dat er vooral jongens op afkwamen. Maar op de eerste twee rijen zaten uitsluitend meiden: leden van een kinderkoor uit Heerhugowaard dat in zijn geheel was uitgerukt om de lezing van astronoom Ralph Wijers bij te wonen. En zo zat gisterochtend om elf uur, niet de tijd waarop je de meeste bezoekers verwacht, de Da Vincizaal in Nemo al snel vol.
Gisteren was de eerste van een maandelijkse reeks lezingen voor kinderen vanaf acht jaar, onder de titel Wakker worden!, georganiseerd door de Universiteit van Amsterdam en Nemo in samenwerking met Het Parool. Met dit keer de Amsterdamse hoogleraar Ralph Wijers over de aarde, de maan en de zon.
Waarom draait de aarde rond? Om die vraag zou het gaan. Maar al snel werd duidelijk dat eigenlijk alles in het heelal draait - om elkaar heen en om zichzelf: de zon, de planeten, de manen. En daarmee hangen weer de seizoenen samen en zonsverduisteringen, en het heeft allemaal weer te maken met de zwaartekracht, die er ook voor zorgt dat we niet van de aarde vallen.
Wijers had weinig middelen nodig om dit allemaal te illustreren. Een globe, een model van de maan, een tol, de lichtbundel uit een diaprojector - de zon - en wat keukenspullen. Hier was een ervaren spreker bezig, dat was duidelijk. En inderdaad: zijn eerste praatje hield hij al op zijn vijftiende bij de sterrenwacht Simon Stevin bij Rozendaal, lichtte hij achteraf toe. ''Maar nog steeds ga ik met plezier op pad.'' Liefst naar zalen die vol vragen zitten. ''Want het ergste is een zaal die als een bloemkool zo'n beetje voor zich uit zit te staren.''
Respons was er genoeg. De voorste rij bleef daarbij tot het laatst toe kritisch. ''Hoe weten ze hoeveel planeten er precies bij de zon zijn?'' wilde een van de koordametjes weten. En nee, 'door heel goed te zoeken, eigenlijk', was 'flauw'. Daar moest een toelichting bij.
Meestal liet Wijers de zaal eerst zelf nadenken. En dat werkte goed. Zelfs de jongen die niet mee had gewild ('moet dat nou?') wilde graag Mercurius uitbeelden. Een halve minuut later stond hij met een rijstkorrel - Mercurius, dus - tussen zijn vingers op twee meter afstand van een meisje met een grapefruit - de zon. De aarde - een erwt - stond bijna drie keer verder weg en aan het einde van de zaal was nog net ruimte voor Mars. Een vrijwilliger voor Pluto? ''Tja, die moeten we met een rijstkorrel naar het CS sturen,'' schatte Wijers. En een andere ster? Daarvoor moest iemand met een grapefruit op pad.Waarheen? Heerhugowaard, opperde de zaal, en dat was mis. ''Om de dichtstbijzijnde ster uit te beelden, moeten we naar Moskou.''
Toegegeven, de tweede rij begon tegen die tijd wat te gapen en te schuiven. Maar dat kwam ook wel een beetje, zei een meisje, door die grote jongens achterin. ''Van wel vijftien jaar of zo. Met moeilijke en lange vragen. Dan heeft die professor minder tijd om het uit te leggen. En hij doet dat juist zo duidelijk.'' En zo was het.