Gepubliceerd op 21 november 2005

Verslag kinderlezing 'Hoe vind ik mummies, goud en andere schatten?'

Uit: Het Parool, 21 november 2005, door Margriet van der Heijden

Hoe vind ik mummies, goud en andere schatten? Daarover ging gisteren de tweede Wakker Worden-kinderdoelezing van het seizoen, georganiseerd door Nemo en de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met Het Parool. En schatten vinden, wie wil dat nou niet?

Buiten voer een stoomboot langs en even later verwelkomde burgemeester Job Cohen de oude Sinterklaas. Maar voor de ongeveer vijftig kinderen in de Da Vincizaal was deze heiligman niet oud genoeg. Mummies en andere duizenden jaren oude vondsten, daarvan wilden zij van alles weten.

Archeoloog René van Beek van het Amsterdamse Allard Pierson Museum had alvast wat gereedschappen uitgestald. Een kwastje om zand en stof van de opgegraven voorwerpen te vegen. Een ‘kam’ met een lange rij beweeglijke tanden, waarin het profiel van allerlei gevonden voorwerpen kon worden gedrukt en een krompasser om de diktes van scherven en andere vondsten te meten.

Misschien hoopten een paar archeologen in spé stiekem op tips om een grote schat te vinden: een kist vol gouden munten of een oude farao temidden van de prachtigste grafgeschenken. Maar archeologie, zo liet Van Beek zien, is vooral een zaak van scherven.

Zelf een tekening maken van de 'opgraving'.

Bij duizenden worden ze soms aangetroffen op vindplaatsen. Zoveel zijn het er, dat je ze niet allemaal kunt bewaren, vertelde Van Beek. Nadat ze zijn gemeten en geteld worden ze vaak gewoon weer weggegooid.

Behalve natuurlijk een paar kenmerkende of juist afwijkende en zeldzame exemplaren. Die worden genummerd en komen in onderzoeksinstellingen of musea terecht. Archeologen moeten dan zien uit te maken van welk groter geheel zo’n scherf ooit deel uitmaakte.

Dat laatste geldt ook voor de stukken muur, de funderingen, pilaren of andere resten van gebouwen die archeologen in de bodem aantreffen. Een toevallige voorbijganger die in het diepe gat van een opgraving kijkt, kan er meestal weinig van maken. Maar ook archeologen begrijpen er in het begin vaak niets van.

Bestuderen van oude scherven.

Juist daarom is het belangrijk zo rustig en voorzichtig mogelijk te werk te gaan, aldus Van Beek. Want dan is de kans het grootst dat je aan de hand van die raadselachtige resten kunt reconstrueren hoe een gebouw, een haven of een stad er ooit uit heeft gezien. En dat je kunt achterhalen hoe mensen leefden, wat ze aten en dronken.

Daarom moet je bijvoorbeeld bijhouden in welk type zand of grond de vondst ligt en op welke diepte. Hoe dieper in de bodem, hoe ouder, zo geldt immers in het algemeen. En als je op rotsen stuit, weet je zeker dat er niks ouders meer is te vinden, voegde Van Beek nog toe.

Maar ook muntjes, aardewerk of andere goed te dateren voorwerpen, vertellen iets over de ouderdom van de muren en pilaren in hun nabijheid. En over de mensen die er ooit langs liepen of woonden.

In vogelvlucht is zo’n verleden te zien in de zijwanden van de sleuven die archeologen op hun vindplaatsen graven. ‘Profiel’ noemen ze zo’n wand waarin de op elkaar gestapelde lagen zand en stof zijn blootgelegd - de voorwerpen er nog in.

Vaak zijn ze wel een dag bezig om daar een schematisch overzicht van te maken, vertelde Van Beek. Heel precies leggen ze op schaal de lagen vast en met cirkeltjes geven ze aan waar zich voorwerpen bevinden. 

Dat is belangrijk, aldus Van Beek, want wie opgraaft veegt niet alleen zand en stof weg, maar maakt ook structuren kapot. ‘Een profiel wordt nooit meer wat het was - je kunt het maar één keer in kaart brengen en bestuderen.’

Zelf een opgraving doen.

Voor de kinderen had hij in een grote glazen bak een profiel nagemaakt. In verschillende soorten zand zaten ruim tweeduizend jaar oude potscherven uit Syrië verstopt. Daarboven lagen nog wat bierdopjes en andere resten van de hedendaagse mens.

Het viel nog niet mee om een schematisch overzicht van dat profiel maken. Zoeken naar een potscherf mocht daarna gelukkig ook, en was een stuk gemakkelijker. Het verwoestende effect van opgravingen op een profiel was overduidelijk, maar elk kind kon wel met een echte Syrische potscherf naar huis! 

Verwijzingen

Foto's lezing
Bron: Afdeling communicatie FNWI