Gepubliceerd op 24 april 2007
Tekst: Edda Heinsman Fotografie: Hanne Nijhuis
Iedereen die verkouden is tijdens de Wakker Worden kinderlezing van 22 april heeft behoorlijk pech! Want UvA-bioloog Michel Haring geeft antwoord op de vraag 'Hoe ruikt een plant?' en daarbij moet natuurlijk flink geroken worden.
Haring begint zijn lezing met de vraag of de kinderen in het publiek wel weten wat planten eigenlijk zijn. Iedereen in het publiek roept: ‘Ja!’ Dat scheelt weer in de uitleg. Op de vraag wat voor kleur ze hebben roept iedereen: 'Groen!’ Dan tovert Haring tussen alle planten die hij bij zich heeft een paar bananen vandaan en vraagt: 'Zijn dit dan geen planten?' Nu is er een beetje twijfel in de zaal. Gelukkig legt Haring uit dat dit slechts een stukje van de plant is en dat de meeste planten inderdaad groen zijn. Hij houdt vervolgens een winterwortel omhoog: alle planten hebben wortels en meestal ook bladeren, stengels of een steel, bloemen en vruchten. Al die verschillende onderdelen van de plant geven een geur af (ruiken).
Michel Haring gaat langs met de lavendel.
Harings dochter Hannah gaat rond met geurende bakjes met de vraag wat erin zit. Het blijken gember, wortel en prei. Haring legt uit dat deze gaan pas echt goed ruiken als je ze in stukjes snijdt. Bij bloemen is dat anders, die ruiken vaak al van zichzelf. Ter illustratie gaat Harings zoon Thomas rond met een hyacint. Daarna komt bioloog zelf langs met lavendel. Als je die gewoon bij je neus houdt, ruik je niet zo veel. Maar wrijf je er met je hand langs, dan ruik je het veel beter. Hoe komt het dat de plant nu meer geur verspreidt?
Haring legt uit dat het een trucje is van de plant. Als jij ergens bang voor bent kun je gewoon wegrennen. Planten kunnen dat niet, die zitten vast in hun potje of in de grond. Om zichzelf te beschermen of andere planten te waarschuwen, verspreiden ze dus geuren. Gras is een goed voorbeeld. Het kan niet wegrennen als er koeien aankomen die willen gaan grazen. Zodra er een koe aan het gras zit te knabbelen, gaat het gras heel veel geur verspreiden. Het gras in de omgeving reageert daarop en maakt ‘vieze’ stofjes aan, waardoor de koe het niet meer zo lekker vindt. Vandaar dat koeien in een grote wei staan, zodat ze steeds een ander plekje met nieuw gras kunnen opzoeken.
Een meisje uit het publiek mag ruiken aan de banaan en vertelt dat hij naar banaan ruikt. Ze maakt hem open en… hij ruikt nog steeds naar banaan. 'Neem maar eens een hapje', zegt Haring. En jahoor, dat smaakt ook naar banaan. Toch is dat niet voor alle dingen zo. Want hoe zit dat met bijvoorbeeld spruitjes? Iedereen vindt spruitjes vies ruiken, maar als je ze op eet zijn ze volgens sommige kinderen - maar vooral volgens de ouders - best lekker. Smaak en geur zijn dus niet altijd hetzelfde.
De witte vliegjes hebben duidelijk voorkeur voor de komkommerplant.
Je moet leren wat je kunt eten, en geur is daarbij belangrijk. Dingen die vies ruiken stop je niet zo snel in je mond. Dat doen de witte vliegjes uit het volgende proefje ook niet. Harings collega Petra heeft een grote bak meegenomen met een wilde tomatenplant, een gewone tomatenplant en een komkommerplant, waarop ze een groepje piepkleine witte vliegjes loslaat. Hoewel de drie planten sterk op elkaar lijken, hebben de vliegjes toch een sterke voorkeur voor de komkommerplant vanwege de lekkere geur! Dom van die komkommerplant dat hij zo lekker ruikt….
Maar planten kunnen ook baat hebben bij hun geur, waarop bijvoorbeeld bijen en andere insecten afkomen voor de bevruchting. Die geur verspreiden planten alleen op bepaalde momenten. ‘Als dit een avondlezing was’, vertelt Haring, ‘dan roken de jasmijn en de witte petunia die ik heb meegenomen veel beter.’ ’s Avonds geuren deze planten sterker en trekken daarmee nachtvlinders aan, die met hun langere tong goed bij het stuifmeel in de lange bloemen van de witte petunia kunnen komen. Dat is dus weer slim van de planten!
De roofmijt weet de spintmijten te vinden dankzij de geur die vrijkomt bij het knabbelen aan de blaadjes van de plant.
Er is nog een andere reden dat planten ruiken. Als ze worden aangevreten door kleine beestjes - spintmijten - gaan ze veel geur verspreiden zodat de vijanden van die beestjes - roofmijten - er op afkomen. Dat klinkt een beetje ingewikkeld, en daarom laat Haring de situatie door een aantal kinderen naspelen. Twee kinderen spelen de plant: ze hebben blaadjes met daarin lekkere snoepjes. Twee andere kinderen spelen de spintmijten: ze gaan lekker knabbelen aan de blaadjes van de planten. ‘Flink smakken hoor!’, zegt Haring. Door het knabbelen verspreidt de geur van de snoepjes zich door de ruimte … En ja hoor daar komt de roofmijt, gespeeld door een kind dat is geblinddoekt want roofmijten zijn blind. Ze zien dus niks maar door de geur vinden ze de spintmijten, en die eten ze lekker op!
Alle kinderen krijgen hun eigen plantje mee naar huis.
Tot slot krijgt iedereen een plantje mee naar huis, met de opdracht om eens goed te kijken hoe het groeit, of er misschien beestjes op af komen én natuurlijk hoe het ruikt!
Zelf ook zin gekregen om eens goed aan vreemde planten te ruiken, of vleesetende planten te bewonderen? Ga naar de Hortus; www.dehortus.nl
Bron: Wakker Worden Kinderlezingen
|