Gepubliceerd op 28 juni 2005

Verslag kinderlezing 'Hoe ontstaat geluid?'

Uit: Het Parool, 27 juni 2005, door Margriet van der Heijden

Hoe ontstaat geluid? Over geluiden maken en geluiden horen ging de zesde Wakker Worden-kinderdoelezing van het jaar, georganiseerd door Nemo en de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met Het Parool.

Mooi weer. Bijna vakantie. Er waren op deze zondagmorgen minder kinderen dan anders naar Nemo gekomen. Maar de kinderen die er waren, deden enthousiast mee aan de proefjes en de puzzelvragen die de Amsterdamse fysicus Tom Hijmans hen voorschotelde.

Demonstratie van een staande golf.

Geluid, dat wisten de meesten wel bij het begin van de lezing, is een trilling in de lucht. Maar ja, dat klinkt nog tamelijk vaag. Hijmans liet de kinderen daarom eerst een wave doen, zoals in het voetbalstadion.

In zo’n stadion, lichtte hij toe, verandert niemand van plek en toch lijkt het of er een golf door de rijen ‘loopt’. Dat komt doordat iedereen aan zijn buurman of -vrouw een beweging doorgeeft. En zoiets gebeurt ook in de lucht als een geluid zich verplaatst: dan gevende krioelende luchtdeeltjes een beweging aan elkaar door waardoor er een golf gaat ‘lopen’.

In de top van de golf bewegen de luchtdeeltjes naar elkaar toe, in het golfdal juist van elkaar af. En als je daarvan een computeranimaties maakt, waarin de luchtdeeltjes groot en zichtbaar zijn, dan lijkt het alsof  een streepjespatroon zich door de lucht verplaatst.

Geluid maken met een strijkstok.

Zo’n trilling in de lucht maak je wanneer je in je handen klapt. En wanneer je praat, zingt of schreeuwt. De kinderen mochten het uitproberen door te roepen boven een plastic potje waar een ballonnetje omheen was gespannen - alsof het een klein Afrikaans trommeltje was.  De opspringende  suikerkorreltjes op het strakgespannen ballonvlies lieten zien dat hun stem inderdaad de lucht, en daarmee het vlies, in trilling bracht.

Met een versterker gaat dat nog veel beter en daarmee kun je ook de hoogte van tonen onderzoeken. Hoe sneller de trilling, zo demonstreerde Hijmans, hoe hoger de toon. En des te minder volwassenen die toon nog horen.

Bij vijftienduizend trillingen per seconde - wetenschappelijk gezegd: vijftienduizend Hertz - haakten de meeste ouders af.  Maar sommige kinderen zeiden zelfs 23.000 Hertz nog te kunnen waarnemen. Zet die dure stereoinstallatie die de hoge tonen zo schitterend weergeeft, dus maar in de kamer van de kinderen, zei Hijmans droog.

Bij harde geluiden, zo legde hij vervolgens uit, zijn de golven hoger. Het trommelvlies in je oor, dat de geluidstrillingen oppikt, wappert dan ook harder heen en weer. Maar het mooiste van het oor is dat toch het niet alleen hele harde, maar ook hele zachte geluiden kan oppikken.

Spelen op een spinet.

Geluiden die duizend keer zachter zijn dan een spreekstem en geluiden die duizend keer harder zijn dan een spreekstem, liggen allemaal in ons bereik. En dat maakt het oor, aldus Hijmans, tot een van de mooiste meetinstrumenten die er zijn.

Met een trits instrumenten, van spinet tot gitaar, liet hij vervolgens zien hoe je lucht op een gecontroleerde manier kan laten trillen. Om  een beetje volume te maken, is een klankkast nodig, zo toonde hij aan. Een snaar van gitaar, viool of piano alleen snijdt als een mes door de lucht en veroorzaakt weinig beweging. Maar als die snaar vastzit aan een klankbodem van metaal of aan een houten klankkast met een lekker groot oppervlak, dan wordt wel veel lucht in beweging gezet - en kun je dus ‘hoge’ golven maken.

Hijmans legde zelfs uit dat snaren lievelingsfrequenties hebben, waarbij ze het beste trillen. En dat je, door de lengtes van de snaren bij te stellen, toonhoogtes kunt veranderen. Of de kinderen alle finesses begrepen? De stevige trillende ‘snaar’ die hij ter demonstratie met een flitslicht uitlichtte, leverde in elk geval mooie plaatjes op.

Zeker de helft van de kinderen ging na afloop nog even met de instrumenten en apparaatjes aan de slag. En iedereen had in elk geval begrepen dat ontploffende ruimteschepen in werkelijkheid in stilte uit elkaar spatten (in de ruimte is immers geen lucht), en niet met een luide knal zoals in science fictionfilms.

Verwijzingen

Foto's lezing
Bron: Afdeling communicatie