Uit: Het Parool, 20 december 2004, door Margriet van der Heijden
Dat er mensen zullen rondlopen op Mars lijkt nu nog onwaarschijnlijk. Maar afgaand op het enthousiasme tijdens de lezing, gisteren in Nemo, kan het bijna niet anders of ooit zullen een paar ondernemende types naar Mars reizen. De rode planeet sprak tot de verbeelding van de kinderen. En ze wisten er al verbazingwekkend veel over.
De hoogste vulkaan op Mars? Dat was natuurlijk Olympus Mons, wisten een paar meteen. Dat die berg ook de hoogste vulkaan is van het hele zonnestelsel, was evenmin voor elk kind een verrassing. Hij is 24 kilometer hoog, verklapte een jongetje.
Het plaatje van het zonnestelsel, dat hoogleraar Rens Waters liet zien, klopte trouwens niet helemaal, merkte een ander jongetje, op de voorste rij, op. Want de miniplaneet Sedna, die dit jaar ontdekt is, ontbrak nog.
Maar de kinderen wilden vooral veel weten. De ene na de andere vraag werd afgevuurd op astronoom Waters. Als hij niet af en toe weer de draad van zijn verhaal had opgepakt, had de lezing waarschijnlijk twee keer zo lang geduurd.
Mars is zo bijzonder, vertelde Waters, omdat de planeet eigenlijk heel veel op onze aarde lijkt. Mars is wel wat kleiner, met ongeveer een twee keer zo kleine diameter, maar een dag duurt er bijna even lang (24 uur en 36 minuten). Er zijn niet alleen vulkanen, maar ook diepe kloven die lijken op de canyons die je op aarde aantreft.
De zware stofstormen op Mars hebben wel iets weg van de stofstormen die zich bij ons boven de Sahara vormen. En de dampkring van Mars is weliswaar zo ijl dat je er op afbeeldingen bijna niets van ziet, maar af en toe drijven er toch witte wolkjes in. Die net als op aarde bestaan uit waterdamp.
Maar het spannendste aan Mars is, dat er ooit ook veel water over het oppervlak moet hebben gestroomd. En waar water is, is leven mogelijk.
Op het eerste gezicht lijkt het alsof al dat water is verdwenen. Maar diep in de Marsbodem zit nog steeds water, vertelde Waters. Het zit vastgevroren in dikke ijspakketten, goed verborgen onder het stoffige oppervlak. Dat het stof er zo roodachtig uitziet, komt trouwens doordat het vol ijzer zit, dat inmiddels allemaal is verroest, voegde hij toe.
Wat zou er nodig zijn om op die stoffige planeet te overleven? De zwaartekracht is er sterk genoeg om te voorkomen dat mensen en hun spullen wegzweven. De zon zorgt voor licht en energie. Opde rotsachtige bodem kunnen verblijven worden gebouwd. En het komt goed uit dat de planeet dichtbij genoeg is om er spullen naartoe te brengen.
Het zou er wel wat warmer moeten worden dan de zestig graden onder nul nu. Maar als je nou heel veel kooldioxide kon produceren in de dampkring van Mars, kon je voor een broeikaseffect zorgen – zodat het ijs zou smelten, en er rivieren en zeeën zouden ontstaan. Misschien zouden zelfs meegebrachte zaden kunnen ontkiemen.
Maar het belangrijkste is dat je uit water zuurstof kan winnen, vertelde Waters. Want je kunt water ontleden in de twee stoffen waaruit het bestaat: waterstof en zuurstof. Met een bakje water, twee glazen buisjes, elektroden en een batterij, mochten de kinderen vlak voor het einde van de lezing zelf alvast aan de slag. En zagen zij met eigen ogen het voor mensen onmisbare zuurstof uit water opborrelen.
Op Mars zou je in plaats van batterijen heel goed zonne-energie kunnen gebruiken, en eigenlijk leken de kinderen nu wel overtuigd: In de toekomst naar Mars? Moet kunnen.
De volgende lezing is op 30 januari en gaat over waterstof en wat je daar mee kunt doen.