Gepubliceerd op 30 mei 2005

Verslag kinderlezing 'Wat gebeurt er als ik slaap?'

dr. Eus van Someren, Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek

Uit: Het Parool, 30 mei 2005. Door:  Magriet van der Heijden

Ruim twee weken geleden was slaaponderzoeker Eus van Someren nog  uitgebreid in het nieuws met ‘Het grote slaapexperiment’.  Alle kranten berichtten over de schoolklas die, beplakt met elektrodes, een nachtje in Nemo sliep en onder zijn leiding testjes deed om te achterhalen of slaap goed is voor het geheugen.

Gisteren in Nemo deed hij het voor ruim veertig kinderen nog eens dunnetjes over. Geen testjes dit keer, maar wel een uitgebreid verhaal over slapen en het brein. Met een echt proefkonijn, Jamie, die met vijf elektrodes op haar hoofd op een kampeerstoeltje zat.  Op een scherm was haar zo gemeten hersenactiviteit voortdurend te zien.

Want onze hersenen staan nooit stil; er is altijd wel ergens een deel actief. Die activiteit levert een elektrisch stroompje op, legde Van Someren uit. Veel te klein om een lampje op te kunnen laten branden. Maar  groot genoeg om met gevoelige
apparatuur te kunnen meten.

Met plaatjes liet Van Someren zien dat de hersenen uit verschillende delen bestaan: een deel dat beweging regelt, een deel dat ‘het zien’ regelt, een deel voor het geheugen enzovoorts. En al die delen zijn opgebouwd uit talloze zenuwcellen, bij elkaar zeker honderd miljard, die met lange tentakels met elkaar in verbinding staan.

Informatie wordt van het ene naar het andere hersendeel doorgegeven via een elektrisch stroompje dat door de tentakels van opeenvolgende zenuwcellen loopt. Dat gaat dus een beetje zoals vroeger telefoongesprekken via lange draden werden overgestuurd. Want draadloos zoals mobieltjes zijn de hersenen bepaald niet: de tentakels in één hoofd vormen samen een circuit met meer dan honderdduizend kilometer bedrading.

Als de activiteit in die zenuwcellen wordt geregistreerd, komt een zwabberend lijntje te voorschijn. Opeenvolgende piekjes daarin duiden op het vuren van een heleboel zenuwcellen tegelijk. En hoewel het patroon nooit helemaal regelmatig is, mensen zijn geen automaten ten slotte, volgt het wel een bepaald stramien. Zo lang we wakker zijn, tenminste, want als we slapen verandert er van alles.

Eerst doezel je in, liet Van Someren zien, en dan ziet het lijntje van de hersenactivitiet er regelmatiger uit. In het stadium van lichte slaap en iets diepere slaap wordt het patroon grilliger, met af en toe grote uitschieters. In de diepe slaap laat de hersenactiviteit grote en traag verlopende pieken en dalen zien.

Maar dan, na ongeveer anderhalf uur,  gebeurt er iets geks: ineens ziet de hersenactiviet er weer net zo uit als wanneer je wakker bent. En als je tegelijkertijd oogbewegingen vastlegt, vertelde Van Someren, dan zie je dat de ogen heel snel alle kanten uitschieten. Alsof ze van alles zien. Dit is het stadium van de snelle oogbewegingen, ofwel van de REM-slaap, genoemd naar de Engelse term ‘Rapid Eye Movements’. En in dit stadium, dat maar een paar minuten duurt, droom je.

De spierspanning, zo liet Van Someren zien, is in deze slaaptoestand vrijwel nul. Dat is natuurlijk maar goed ook: anders zouden we alle bewegingen die we in onze dromen maken, ook werkelijk uitvoeren.

Is dat wat je doet als je slaapwandelt?, wilde een jongetje weten. Maar nee, in 99,999 procent van de gevallen slaapwandelen mensen vlak na het doezelen, tijdens de lichte slaap, zei Van Someren.

Dat stadium van lichte slaap, doorlopen mensen in één nacht meerdere keren. Want na de REM-slaap begint de hele cyclus weer opnieuw. Al wordt die in de loop van de nacht wel korter. Het stadium van diepe slaap wordt meestal maar twee keer bereikt. In de uren daarna gaat de lichte slaap direct in REM-slaap over.

En is dat allemaal goed voor het geheugen? Jazeker, legde Van Someren uit. In de slaap worden de verbindingen  tussen de zenuwcellen verstevigd. Anders gezegd:  al die weggetjes in het brein die overdag zijn aangelegd om nieuwe begrippen te leren, of woordjes, worden ’s nachts nog eens nagelopen en onderhouden. Lekker lang slapen is dus aan te raden!

De volgende lezing is op 26 juni en gaat over het ontstaan van geluid.

Bron: Afdeling communicatie FNWI