Gepubliceerd op 17 februari 2004
Uit: Het Parool, 16 februari 2004, door Magriet van der Heijden
Ongeveer veertig kinderen kwamen op zondag 15 februari naar Nemo om het antwoord te vinden op deze vraag samen met Arnold Smeulders, hoogleraar informatica aan de UvA en de Wakker Worden-docent deze zondag. De vraag werd een tijdje geleden gesteld door zijn zoontje, vertelde Arnold Smeulders. Het bleek een vraag voor jongetjes: er zaten aanmerkelijk meer vaders in de zaal dan anders.
"Het leven binnen in een computer is ontzettend saai," deelde Smeulders hen halverwege de lezing mee. Maar zijn verhaal sprankelde.
Smeulders begon met wat kinderen rond de acht jaar volgens hun juffen en meesters moeten weten. Ze moeten kunnen rekenen, schrijven en lezen. Ze moeten iets weten van aardrijkskunde en geschiedenis. Maar wat weten computers daar eigenlijk van? Kunnen computers bijvoorbeeld rekenen? En hoe dan?
Prof. Arnold Smeulders geeft de kinderen uitleg over de codes waarmee een computer werkt.
Computers kunnen alles uitrekenen zolang ze maar een recept hebben, legde Smeulders uit. Het recept om grote getallen op te tellen kenden de kinderen al: schrijf de getallen onder elkaar. Zet er een streep onder en tel kolom voor kolom alle cijfers boven de streep op - van rechts naar links tot je niet verder kan. "Met zo'n recept rekent de computer in één tel alle sommen onder de duizend uit, waarop jullie op school maanden oefenen."
Kunnen computers schrijven? Ja, zeiden de kinderen, als je toetsen indrukt. Waarna ze een groot toetsenbord mochten nabootsen. Ieder kind was een letter of een cijfer, en welke dat was werd steeds bepaald door de volgorde van acht witte en zwarte bolletjes in een buisje. Wit, wit, zwart, zwart, wit, wit, zwart, zwart was de code voor drie bijvoorbeeld.
De twee jongens die overschoten mochten kabel zijn (van het toetsenbord naar de computer) en het toetsenbord bedienen. Aap, gingen zij schrijven. En zo bleek dat de code van de letter A, na een druk op de toets, via de kabel naar de computer gaat. Waarna de computer in een lange lijst andere codes opzoekt - die onder elkaar gezet een vlak vormen waarin de zwarte bolletjes naar het patroon van de letter A gerangschikt zijn. De printer, legde Smeulders uit, zorgt vervolgens bij elk zwart bolletje voor een druppeltje inkt.
Kinderen luisteren aandachtig naar het verhaal van Smeulders.
Computers werken dus met codes en ze kunnen schrijven omdat ze in lange lijsten de goede codes opzoeken, vatte Smeulders samen. En zo, begrepen we, kunnen ze ook lezen. Als je eerst maar lange lijsten maakt met codes voor duizenden handgeschreven letters - kleine A's, grote A's, spitse A's, hoekige A's en wat al niet - dan kunnen ze door geschreven A's met hun lijst te vergelijken heel veel handschriften herkennen.
En net zo kunnen ze aardrijkskunde leren of leren hoe je woorden spelt - al gaat dat niet altijd goed. "Maar als de computer ouder wordt en meer voorbeelden heeft gezien, zal hij dat ook wel kunnen."
Maar denk nu eens aan de kleuterschool, zei Smeulders. "Daar leerde je rennen en spelen. En toen je een baby was leerde je lopen en praten en kijken. Kunnen computers dat allemaal?" Nee, moesten de kinderen concluderen. Al was er wat discussie over de vraag of een computer kan kijken. Maar de digitale camera op een pc is een oog dat alleen maar registreert, liet Smeulders zien. Hij hield een speelgoedzebra voor de camera en toonde de verspringende cijferreeksen die in de computer het beeld daarvan vormden. "Om een computer te leren daarin een zebra te herkennen, dat is zó ontzettend moeilijk..."
"Het rare is dus dat een computer geen van de dingen kan, die jij allang kan voordat je naar school gaat. Terwijl hij met gemak al die dingen weet, waarvoor jij op school zo hard moet werken." Ofwel: een computer kan heel goed voorbeelden leren, heel snel dingen opzoeken en foutloos recepten uitvoeren. Maar dat een computer altijd alles weet is niet waar. "Een computer weet wat'ie weet," besloot Smeulders - en dat was genoeg voor een enthousiast applaus. De volgende lezing, op 21 maart, gaat over geuren.
Bron: Wakker Worden kinderlezingen
|