Uit: Het Parool, 23 januari 2006, door Margriet van der Heijden
Vulkanen, daar ging het gisteren over tijdens de eerste Wakker Worden-kinderezing van dit jaar. Hoe voorspel je bijvoorbeeld een vulkaanuitbarsting?
Harry Seijmonsbergen, geoloog aan de Universiteit van Amsterdam heeft amper zijn eerste vraag geformuleerd - ‘Wat is een vulkaan volgens jullie?’ - of drie jongetjes op de voorste rij begonnen al aan een exposé over magma, aardplaten, drukopbouw en lava. Gelukkig voor de andere kinderen heeft Seijmonsbergen overzichtelijke plaatjes bok zich, die het verhaal nog eens stap voor stap laten zien.
Een schematische dwarsdoorsnede maakte duidelijk dat de aarde een relatief kleine harde kern heeft met een diameter van 2400 kilometer. Daaromheen ligt de buitenkern, een ruim tweeduizend kilometer dikke laag vloeibare en gloeiende magma, en daaroverheen is een bijna drieduizend kilometer dikke, vloeibare mantel gedrapeerd. Pas daar bovenop drijft de aardkorst - met een doorsnee van gemiddeld dertig kilometer maar een heel dun velletje.
Vulkanen zijn de spleten en gaatjes in dat vel, waardoor af en toe magma naar buiten wordt geperst. En dat dat na vijf miljard jaar nog steeds borrelt van de hitte, komt doordat er binnenin de aarde voortdurend radioactieve elementen vervallen: hun ‘kernenergie’ is een gestage bron van warmte, lichtte Seijmonsbergen toe.