Gepubliceerd op 31 augustus 2004
Uit: Het Parool, 30 augustus, door Margriet van der Heijden
Hoe groeit een plant? Kinderen die dat wilden weten, konden gisteren terecht in Nemo. Om elf uur begon daar de eerste van een nieuwe serie Wakker Worden-kinderdoelezingen, georganiseerd in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en Het Parool.
Als je aan een buitenaards wezen moest uitleggen wat een plant is, vroeg Haring allereerst, wat zou je dan vertellen? Wortels en stelen en bladeren werden genoemd, maar het opvallendste kenmerk van planten is toch wel hun groene kleur, vond iedereen.
Wat is de optimale vorm van een stengel?
Je kunt planten natuurlijk ook vergelijken met mensen, stelde Haring voor, en kijken of ze oren hebben, een mond en ogen. De hele kleine bladmondjes, waarvan er in één blad duizenden en soms wel een miljoen zitten, kon hij gemakkelijk zichtbaar maken onder de microscoop. De oren niet, want die heeft een plant niet. Al vangt een plant wel een beetje geluid op, aldus Haring. Als er heel veel herrie is, groeien planten slecht, vertelde hij, terwijl ze juist beter gedijen als er een zacht muziekje klinkt.
Planten hebben zelfs 'ogen', want ze zijn gevoelig voor licht. Zo gevoelig dat ze dankzij die 'ogen die overal zitten' naar het licht toe groeien. Planten zijn, legde Haring uit, een soort zonnecellen. Terwijl zonnecellen uit zonlicht energie maken in de vorm van elektriciteit, zetten planten het zonlicht voordurend om in suikers. En die suikers geven de plant zijn energie - ze zijn de groeistof van planten.
Michel Haring legt uit dat suiker de voedingstof is voor de plant, en hoe de suikerfabriekjes van de plant werken.
Een kort filmpje liet de kinderen als het ware in een plant duiken. Tot in de cellen waaruit de bladeren bestaan, en zelfs tot in de bladgroenkorrels die de plant niet alleen zijn groene kleur geven, maar die ook kleine suikerfabriekjes zijn.
Die suikerfabriekjes gebruiken niet alleen licht, legde Haring uit. Ze hebben ook lucht nodig, die door de bladmondjes binnen stroomt. En water, dat dankzij diezelfde openstaande mondjes naar boven wordt getrokken.
Met een proefje en een animatiefilmpje illustreerde hij hoe alle bladmondjes via een ingenieus waterleidingsysteem van superdunne buisjes zijn verbonden met de wortels diep in de bodem. Hoe het water dan omhoog komt? Simpel gezegd, doordat telkens wat water verdampt uit de openstaande bladmondjes, zodat de suikers in het blad 'verdrogen'. En zoals een suikerklontje koffie opzuigt, zo trekken die droge suikers dan water aan, dat vervolgens weer verdampt en zo alsmaar door. De waterkolom van wortel tot blad schuift zo telkens een stukje omhoog.
Allerlei soorten planten had Michel Haring meegenomen naar Nemo om te laten zien hoe een plant groeit.
Daar was natuurlijk nog meer over te vertellen. Dat het systeem tot maar liefst honderddertig meter hoogte werkt bijvoorbeeld - de maximale afmeting van een boom. En dat het zevenduizend jaar kan blijven werken - de leeftijd van de oudste boom ooit gevonden.
Maar het allermooist waren toch de filmpjes. Niet alleen de animaties, maar ook de versneld afgespeelde beelden van de bonenplant die 's avonds zijn blaadjes te ruste hangt, van de klimplant die zwaaiend met zijn stengel houvast zoekt en natuurlijk van de vleesetende plant die dichtklapt en dan kalm en traag een kevertje vermorzelt.
Na afloop mocht iedereen een stekje meenemen. En zelfs het tomatenplantje dat er aan het begin van de lezing zo treurig bijstond, zag er dankzij een flinke scheut water tevreden uit.
Bron: afdeling communicatie FNWI
|