Gepubliceerd op 26 april 2005
Uit: Het Parool, 25 april 2005, door Margriet van der Heijden
De zon scheen en de bloesem bloeide. Geen weer om na te denken over koorts en rillen en onder de wol kruipen. Toch waren er veertig kinderen, met hun ouders, naar de Da Vinci -zaal in Nemo gekomen om samen met de Amsterdamse bioloog Jack Groot een uurtje over koorts na te denken.
Sommige kinderen hadden zich alvast voorbereid. Je krijgt koorts als er bacterien of virussen in je lichaam zitten, wist een jongen. "Want warmte doodt de bacterien en op die manier helpt koorts de witte bloedlichaampjes, die ook tegen de bacterien vechten." Waarmee het verhaal in grote lijnen was verteld.
Maar Groot wilde nog iets meer uitleggen, bijvoorbeeld over de werking van de gewone lichaamstemperatuur. Die is altijd rond de 37 graden Celsius, in elk geval in de romp, waar de organen zitten, en in het hoofd, waar de hersenen zitten. De uiteinden van de ledematen en de huid kunnen wel wat koeler zijn. En naarmate het buiten kouder wordt, wordt dat koele gebied - 'de schil', zeggen biologen - groter. Maar daar binnen wordt het lichaam voortdurend op dezelfde temperatuur gehouden.
Dat komt, legde Groot uit, doordat in onze hersenen, in een stukje brein dat hypothalamus heet, een soort thermostaat zit. Die staat in verbinding met allemaal 'temperatuur-metertjes' in de huid en binnen in het lichaam. En zodra de temperatuurmetertjes aangeven dat het ergens te warm of te koud wordt, begint de thermostaat met bijregelen.
Als het warm is, zorgt de thermostaat ervoor dat de zweetklieren gaan werken - vocht op de huid zorgt immers voor afkoeling. Er gaat bovendien een seintje naar de bloedvaten: die gaan wijd open staan zodat er zoveel mogelijk bloed door 'de schil' stroomt, en warmte afgeeft aan de buitenwereld. Vandaar dus datje handen helemaal rood worden als je ze in warm water steekt.
Als het koud is, geeft de thermostaat signalen af die zorgen voor vetverbranding en voor kleine spierbewegingen - rillen - die voor warmte zorgen. Daarnaast worden de bloedvaten vernauwd, zodat het bloed trager stroomt en er juist minder bloed in de vaatjes in de huid terecht komt.
Gek genoeg worden handen die je in ijswater steekt ook rood - een paar kinderen mochten het proberen. Dat komt dan weer doordat koeler bloed roder van kleur is. En ook dat langzaam stromende, helderrode bloed in dieper gelegen vaten is door de huid heen goed te zien.
Zo kwam Groot, na een lange omweg, weer terug bij koorts. Die ontstaat, inderdaad, als ziekteverwekkers het lichaam zijn binnengedrongen en zich daar in razend tempo vermenigvuldigen. Zo snel dat er voor de witte bloedlichaampjes geen beginnen aan is. Op filmpjes liet Groot eerst zien hoe een wit bloedlichaampje een bacterie verslindt, en daarna hoe een paar losse bacteriƫn zich in rap tempo vermenigvuldigden tot een beeldvullende krioelende massa.
De witte bloedlichaampjes, lichtte hij toe, gaan dan een reeks stofjes maken (pyrogenen, ofwel aanstichters van brand) die de thermostaat in het brein omhoog draaien. Zo wordt een extra middel in de strijd geworpen, want als het warm wordt, kunnen bacteriƫn en virussen zich niet meer (zo snel) vermenigvuldigen.
Waarom je je dan zo rillerig en koud voelt voordat je ziek wordt? Dat komt doordat de thermostaat al hoog staat, terwijl het lichaam nog op zijn gewone temperatuur zit. Zodat de temperatuurmetertjes aangeven dat het 'te koud' is.
En de belangrijkste les? Slik geen aspirine of paracetamol bij gewone koorts. Die stoffen remmen de aanmaak van sommige pyrogenen, waardoor de thermostaat weer omlaag wordt gedraaid. En dat is, in de strijd tegen de ziektekiemen, geen slimme zet.
Bron: Afdeling communicatie FNWI
|